Grossman 7: de heilige dwaas

Via Mostovskoj komt Grossmans lezer in contact met enkele medegevangenen van deze overtuigde communist in het concentratiekamp. Een van die anderen is een man die met de naam Ikonnikov-Morzj wordt aangeduid. Zijn bijnaam is 'de parachutist'. Niet dat Ikonnikov parachutist is, welnee, maar omdat zijn brits vlak bij de strontemmer staat, de 'parasja' in het Russisch. Zeg: de stink-ton.
Ikonnikov is een heilige dwaas, een mensentype dat in de Russische literatuur een vaste plaats heeft; denk aan Dostojewski's roman 'De idioot'.
Hij is een praktiserend idealist, die is teruggekomen van een eerder idealisme, zijn Tolstojaanse overtuiging, zijn geloof dat de communistisch bedreven landbouw tot het Koninkrijk Gods op aarde zou leiden. Mostovskoj ziet in hem iemand in wiens hoofd chaos heerst, die een absurde, belachelijke moraal verkondigt, iemand met beginselen die 'boven de klassenstrijd stonden'.
Ikonnikov heeft daarop een weerwoord.
'Waar geweld wordt gebruikt heerst verdriet en vloeit bloed. Ik heb het lijden van de boeren gezien tijdens de collectivisatie, die werd doorgevoerd in naam van het Goede. Ik geloof niet in het goede, ik geloof in goedheid.'
Interpretatie: ideologieën, zogenaamde idealen van collectiviteiten, in naam waarvan medemensen worden gepijnigd en gedood, zijn weerzinwekkend. Maar de goedheid in mensen, zoals we die meemaken en die als medicijn zijn voor onze ziel wanneer we er mee te maken krijgen, die goedheid is voorhanden en zal dat blijven, kijk maar om je heen. De heilige dwaas heeft gelijk om dat te geloven, om daarin te geloven.
