Skip to Content

Grossman 9: een anekdote, in Stalingrad

Grossman 9: een anekdote, in Stalingrad

Grossmans heeft met 'Leven en lot' roman óók een historische roman geschreven, zoals dat eveneens gezegd kan worden van Tolstojs 'Oorlog en vrede'. Grossman beschrijft de slag om Stalingrad, die in een overwinning van de Sowjet-troepen eindigde. Dàt zie je op de omslag van de Russische editie van het boek.

Er zit een journalistieke kant aan zijn geschiedschrijving, vooral omdat hij niet vergeet om een ruime plaats in te ruimen voor de doodgewone soldaten en burgers die hun rol in de oorlogsellende aan de onderkant van het gebeuren te spelen hebben. Maar de hoofdzaak is toch: dit is een literair meesterwerk, tot in zijn geringste details.

Neem de anekdote die Grossman meeneemt over het optreden van kolonel-generaal Jeremenko (1892-1970). Laten we beseffen dat dit een historische figuur is. Kolonel-generaal was hij in Stalingrad, voordat Stalin hem zijn leidende positie aan het front afnam, maar hem wel tot maarschalk bevorderde.

'Na zijn ontbijt trok de kolonel-generaal een gewatteerd jack aan en vertrok voor een wandeling, op ongeveer tien passen afstand gevolgd door adjudant Parchomenko. De commandant liep rustig, zoals gewoonlijk, krabde een paar maal aan zijn heup en keek opzij naar de Wolga.'

Dat krabben aan die heup maakt de beschrijving literair. Zo kunnen we ons de mens Jeremenko goed voor de geest halen, een beetje om hem glimlachen. De tien passen afstand laten de lezer kort en krachtig weten dat daar iemand wandelt die zijn plaats erg hoog in de hiërarchie heeft in een context waar hiërarchie medogenlozer werd gehandhaafd dan in menig feodaal systeem.

'Jeremenko liep naar een bataljon arbeiders toe die een bouwput groeven. Het waren oudere mannen met donkerbruin verbrande nekken en stuurse, sombere gezichten. Ze werkten zwijgend en wierpen geërgerde blikken op de gezette man met zijn groene pet, die werkeloos aan de rand van de bouwput stond.'

'Zeg jongens,' vroeg Jeremenko, 'wie van jullie werkt er het slechtst?'

De vraag leek gelegen te komen voor de arbeiders, die genoeg hadden van het zware graafwerk. Ze keken allemaal tegelijk opzij naar een man die zijn zak had omgekeerd en tabak en broodkruimels uitschudde op zijn hand.

'Hij misschien', zeiden twee soldaten met een vragende blik op de anderen.

'Aha,' zei Jeremenko serieus, 'dus hij is de grootste lapzwans.'

Even tussen haakjes: de keuze van dat woord 'lapzwans' verraadt het talent van vertaalster Froukje Slofstra. Het gaat om iemand die zich graag een beetje drukt tijdens het werk.

De soldaat zuchtte waardig en keek met ernstige, zachtaardige ogen naar Jeremenko. Blijkbaar besloot hij dat het de vragensteller geen ernst was, dat hij zomaar wat vroeg uit interesse of om op de hoogte te zijn, en hij mengde zich niet in het gesprek.
Daarop vroeg Jeremenko: 'En wie van jullie werkt er het hardst?'
Iedereen wees op een grijze man, wiens spaarzame haren zijn hoofd niet beschermden tegen de zon, zoals armetierige grasspriet
jes de aarde niet beschermen.
'Hij daar, Trosjnikov', zei iemand, 'hij doet zijn uiterste best.'
'Hij is gewend om hard te werken, hij kan niet anders,' beaamden de anderen, alsof ze zich verontschuldigden voor Trosjnikov.
Jeremenko voelde in zijn broekzak en haalde een gouden horloge tevoorschijn dat glinsterde in de zon. Moeizaam naar voren buigend reikte hij het Trosjnikov aan, die hem onbegrijpend aankeek.
'Hier, zei Jeremenko, 'dat is je beloning.' En zonder zijn blik van Trosjnikov af te wenden, richtte hij zich tot Parchomenko: 'Maak er maar een erediploma bij.'
Toen hij verder liep hoorde hij opgewonden tumult losbarsten; de graafarbeiders slaakten kreten van bewondering en lachten om het ongehoorde geluk van de hardwerkende Trosjnikov.'

Op de afbeelding: foto van generaal Jeremenko in 1943.