Grossman 8: naar Stalingrad

De eerste zes hoofdstukken in het eerste deel van Grossmans roman spelen zich af in een Duits concentratiekamp. En dan in het zevende hoofdstuk verplaatst de schrijver ons naar Stalingrad, eind 1942, toen de Duitse troepen de stad waren binnengevallen na hun tot dan geslaagde opmars diep in de Sowjet-Unie.
Die overgang is op dat moment in het boek als het ware ingeleid aan het einde van hoofdstuk 6. De communistische hardliner in het concentratiekamp, Mostovskoj, richt zich tot medegevange Kirillov, die het hoofd laat hangen.
Hij zegt: 'Wat is er met u, hm? Herinnert u zich dat verhaal van Gorki niet meer, hoe hij op de binnenplaats van een gevangenis rondliep en door een Georgiër toegeroepen kreeg: 'Je sjokt rond als een kip, hou je kin omhoog!'
Iedereen moest lachen.
'En zo is het, we moeten ons hoofd niet laten hangen', zei Mostovskoj. 'Bedenk dat de grote, immense Sovjetstaat het communistische ideaal verdedigt! Laat Hitler daar maar aan gaan staan. Stalingrad houdt nog steeds stand. Misschien leek het voor de oorlog soms alsof we de duimschroeven te ver, te hard aandraaiden. Maar nu ziet zelfs een blinde dat het doel de middelen heiligde.'
'Ja, de duimschroeven werden stevig aangedraaid', zei Jersov, 'dat kun je wel zeggen.'
Dat is een kritisch geluid. Maar Mostovskoj krijgt bijval van partijgenoten die de harde lijn verdedigen. Eerst spreekt een krijgsgevange van hoge rang, een generaal.
'Niet stevig genoeg,' zei generaal Gudz. 'We hadden nog harder moeten optreden, dan was Hitler nooit tot de Wolga gekomen.'
'Het is niet aan ons om Stalin te vertellen wat hij moet doen', zei Opsipov.
'Juist', zei Mostovskoj, 'en als we moeten creperen in gevangenissen en vochtige mijnschachten, het zij zo. Dat is niet waar we over na moeten denken.'
'Waarover dan wel?' vroeg Jersov luid.
De aanwezigen keken elkaar aan, keken om zich heen en zwegen.
'Ach Kirillov, Kirillov", zei Jersjov toen plotseling. "Wij moeten blij zijn dat de fascisten ons haten. Wij haten hen, en zij ons. Snap je? Stel je voor dat je in een Russisch kamp terechtkomt, dan is echt alles verloren. Daar is dit hier niets bij! Wij Russen zijn taai, wij krijgen de Duitsers nog wel.'
Na deze uitroep verplaatsen verteller en lezer zich naar Stalingrad. Daar hebben de Russen hun taaiheid met heldenmoed en militair vernuft getoond. Grossman toont met die locatie-overgang zijn compositorisch talent. De discussie van de gevangenen over het vraagstuk van de spanning tussen doel en middelen (een belangrijke thematiek in het boek) is theoretisch. In Stalingrad gaat het om het concrete, de praktijk van de oorlog.
Er schuilt nog raffinement voor de fijnproevers in de scène in het concentratiekamp: de aangesproken gevangene, die ogenschijnlijk gedemoraliseerd is, heet Kirillov. Grossman heeft die man de naam gegeven van een markant personage uit Dostojewski's voorlaatste grote roman, 'De bezetenen', in een nieuwe Nederlandse vertaling 'Duivels' genoemd en door Marsman nog aangeduid als 'De Daemonen'. 'Kiriloff, Kiriloff in De Daemonen' schreef Marsman.
Dostojewski's Kirilov heeft zijn geloof in God opgezegd.
En pleegt een filosofisch gefundeerde zelfmoord, om zijn onafhankelijkheid van God aan te tonen. Bij Grossman heeft Kirillov ook zijn geloof opgegeven, namelijk in het communistische ideaal.
