Skip to Content

Van slijmbal tot eikel

Van slijmbal tot eikel

Het zappen is een schone zaak en schept het mensdom veel vermaak. Zo kwam ik ineens weer terecht bij het A-team. Onverslijtbare tv-serie van vroeger. Pure flauwekul. Superstoere kerels, superslim, die superboeven ontmaskeren en verslaan. Ooit veel bekeken, toen ik omringd was met sensatiehongerige jongeren. Bijna vergeten, en daar zie ik ineens weer een fragment. Noem het jeugdsentiment.

Aan het eind van de aflevering heeft het team ernstig onrecht bestreden en overwonnen, zoals het hoort. We verwachten niet anders. De leider van het stel, die Hannibal wordt genoemd, trekt breed grijnzend aan zijn sigaar en weet het juiste antwoord uit te spreken na een zorgelijke opmerking van één zijner kornuiten, die vreest dat ze op een dag niets meer te doen zullen hebben, wanneer ze de wereld van al het kwaad zullen hebben verlost.

Ik lees op de ondertiteling wat hij zegt, die Hannibal, met de glanzende zelfverzekerdheid van de tv-held, die weet dat hij niet stuk kan zolang hij niet uit de serie wordt geschreven: 'Er zullen altijd wel eikels genoeg zijn.'

Eikels? denk ik. Eikels? Lees ik het goed? Ik hoorde toch wat Hannibal in het Engels zei. Hij zei 'Slimeballs'.

Het is mij te moede of ik een prachtig gepavoiseerde driemaster, vol dierbaren, vanaf de wal in de golven van een wrede oceaan ten onder zie gaan. Slimeball, dat is toch Slijmbal in goed Nederlands.

Sic transit gloria mundi, denk ik, terwijl weemoed mijn hart binnensluipt.
Slijmbal, waar ben je gebleven? We zeiden het als een teamgenoot vlak voor het doel een opgelegde kans had gemist. Als iemand je onverwacht aanstootte zodat je net gekochte ijsje op het asfalt viel. Als iemand het geheim ('ik ben op Tineke'), na de dure eed het niet door te vertellen, tòch verklapte.

Wèg! Eikel is het geworden. Waar moet het heen met de wereld? En er is geen A-team voor taal.