Skip to Content

Apollo

Apollo

'Wat ging er door u heen, oude Griek van de vijfde eeuw vóór Christus, toen u in het theater in Athene een uitvoering bijwoonde van dat door Sophokles geschreven stuk over koning Oidipous?' We kunnen het antwoord raden. 'Ik sidderde bij de gedachte dat je in handen kunt vallen van de god Apollo.'

Apollo doet wat hij wil. Zelfs in de Amsterdamse laan die zijn naam draagt. Vraag het in de Hades aan de Nederlandse mannen die er staande voor een afstandse schuilkelder door geüniformeerde Duitsers werden gefusilleerd vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vraag het de criminele heren Bruinsma en Endstra. Vraag het Herman Brood die van het dak sprong omdat hij geen zin meer had.

Elke dag spant hij zijn wagen en maakt hij zijn hemeltocht, Apollo, tot onze voldoening en vreugde. Maar hij bepaalt eveneens het levenslot van iemand als Oidipous. Eerst als wegwerpkind met doorboorde hielen. Later door hem te verheffen tot koning over een stad, die hem dankbaar is na zijn bevrijdend antwoord aan de bloeddorstige Sfinx. En dan treft Apollo's pest-wraak datzelfde Thebe wegens de gepleegde wandaden van diezelfde koning.

Welke boodschap nam die oude Griekse toneelliefhebber mee van zijn theaterbezoek? Dat de goden zijn lot bepalen. Waar die interventie overduidelijk is, waar we spreken kunnen van noodlot, van fataliteit, daar is het woord 'tragedie' van toepassing.

Dood neervallen tijdens de les, het is een drama. Dood neervallen wanneer je op het punt staat een groot maatschappelijk eerbewijs te ontvangen, het is een tragedie.

Sophokles schreef tragedies. Hij liet zien wie er de baas is over ons leven. Natuurlijk, jaja, wijzelf ook een beetje. Jos de Mul heeft filosofische overdenkingen gebundeld onder de titel 'De domesticatie van het noodlot'. Een zeer welgekozen titel. Wij mensen doen inderdaad wat we kunnen om het noodlot de baas te worden. Met succes soms. De Thebanen kregen met de door Apollo gezonden pest te maken. Door goed wetenschappelijk medisch onderzoek is vele eeuwen later de vrees voor zo'n plaag verdwenen.

Niet verdwenen is de tyrannos die onheil brengt over de stad. En ook niet de mogelijke wraak van Apollo.

Wraak? Kun je van wraak spreken, ook wanneer de inbreuk op goddelijke verboden, op geaccepteerde taboes, in onwetendheid is begaan? Onbeantwoorde vraag.

Wèl duidelijk is dat we ons de slotwoorden van Sophokles' magistrale tragedie in de oren kunnen knopen: zolang iemands leven nog niet is beëindigd, is het te vroeg om hem gelukkig te noemen.
Niemand weet wat hem vòòr zijn dood nog te wachten staat.

De grote schrijver Sophokles geeft aan wat de grote schrijver André Malraux zo'n 2500 jaar later in zijn roman 'L'espoir' op zijn eigen wijze heeft geformuleerd: pas na iemands dood kun je zeggen 'dàt was zijn lot'. Voordien kan er van alles gebeuren. Door eigen wil. Of door een wil van buitenaf. Het kan geen kwaad zich daar bewust van te zijn. De grote schrijvers van onze cultuur dragen tot dat soort bewustmaking bij.