Minachten. Niet doen.
De starets Zosima, in Dostojevski's Gebroeders Karamazov let heel scherp op de gelaatsuitdrukking van anderen. Van Dmitri's gezicht leest hij diens noodlot af. Aljosja's gezicht is voor hem een herinnering, namelijk aan een beminde overleden broer.
De gelaatsuitdrukking is, semiotisch gesproken, een allesoverheersend geheel van tekens dat verwijst naar een authentieke geestesinhoud. Daarom is het zaak, vindt Zosima, dat je je gezicht in bedwang houdt. 'Nooit moet je gezicht ergernis uitdrukken.' Het is mensenplicht om 'licht uit te stralen'. Door vrolijkheid, bijvoorbeeld. Of bescheidenheid.
Toen ik in Indonesië aan de Universitas Indonesia werkte, kwam tijdens een semiotiekcollege het gesprek op de affaire Arswendo. Arswendo was hoofdredacteur van een tabloïd, een populair tijdschrift. Hij had de uitslag van een populariteits-enquète gepubliceerd, al of niet echt onder de lezers gehouden. Natuurlijk kwam de toenmalige president Soeharto op de eerste plaats. Ook Sadam Hoessein scoorde hoog. Arswendo zelf was op de negende plaats geïindigd. Opzienbarend; op de tiende plaats was de profeet Mohammed gekomen.
Soeharto heeft hoogstpersoonlijk opdracht gegeven dat Arswendo voor de rechter werd gebracht. Hij werd, als ik me goed herinner, tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld. In de collegezaal kon ik niet nalaten om mijn duit in het zakje te doen: dat was toch een onschuldig grapje geweest van Arswendo. Mijn zachtmoedige Indonesische collega die me de eer bewees om de colleges bij te wonen, zei toen: 'In onze cultuur is het traditie dat met de profeet geen grapjes worden gemaakt.' Hoewel ik de officiële reactie verachtelijk vond, vond ik ook dat Arswendo zijn grapje beter achterwege had kunnen laten. Gezegd heb ik dat niet. Je hoeft niet over alles een mening te laten horen.
We beroepen ons op de vrijheid van meningsuiting. Dat daaraan grenzen zijn wat de formulering betreft is zo vreselijk niet.
Ik zag op tv in moslim-outfit gestoken Indonesiërs demonstreren voor de Deense ambassade in Jakarta. Ze gooiden eieren naar het bord waarop je kon lezen dat de Deense ambassade zich daar bevond. De beelden brachten bij mij de vraag naar boven: hoeveel van die eierwerpers zouden een idee hebben waar Denemarken zich op de wereldkaart bevindt? Ik ben er van overtuigd dat daar gemanipuleerd en opgejut volk aan de gang was.
Maar ja, moet ik minachten? Nee. Natuurlijk kan het zich voordoen dat ik toch minachting voel. Je kunt niet alles onder controle houden. Maar dan komt plan B aan de orde: aan de minachting geen uitdrukking geven. Het is nergens goed voor. Maar moeilijk is het soms wel.
Afbeelding: Arswendo.
