Brahms, robuust en lyrisch
Kunstfijnproever en -kenner Johannes M.Groot nam ons mee naar de Kleine Zaal van het Concertgebouw om te luisteren naar werk van de andere Johannes, Brahms. We hoorden een strijkkwartet (op.51) en een pianokwintet (op.34). De uitvoerenden: het Jerusalem Kwartet, met medewerking van pianist Stefan Vladar.
De uitvoering wekte vervoering. Het had van ons best in de Grote Zaal gemogen, die was misschien ook wel vol gekomen, wie weet? En de muziek was ernaar. Vooral het pianokwintet voldeed aan de kwalificatie die ik in het programma las: een robuust en lyrisch meesterwerk. Ik moest tijdens de muziek aan Marsmans woorden denken: groots en meeslepend wil ik leven. Die uitdagende, hoopvolle levenswens hoor ik terug in deze muziek van Brahms en daarnaast vind ik ook nog een staalkaart van stemmingen en gevoelens, opgeweld in het scheppend expressief vermogen van een geweldig kunstenaar.
Dat je een groot kunstenaar kunt zijn en zelf niet precies weten hoezeer dat waar is, bewijst het biografische detail dat Brahms liet weten weinig op te hebben met de moderne muziek van zijn tijd (Wagner, Liszt) terwijl, zoals Johannes Groot ons signaleerde, hij zelf voor die dagen al zo modern is.
Het Jerusalem Kwartet bestaat uit Alexander Pavlovsky, Sergei Bresler, Amihai Grosz, Kyril Zlotnikov. Jonge mannen. Ze spelen de sterren van de hemel, toegewijd, energiek, uitbundig, geestdriftig. Robuust en lyrisch, dus, de toeschouwer ervaart het met oor en oog. Zodat hij tot het besef komt: Brahms kan beter in de concertzaal dan via een CD worden beluisterd.
