Skip to Content

Caravaggio/De verloochening van Petrus

Caravaggio/De verloochening van Petrus

Het moet een van de laatste werken van Caravaggio (1571-1610) zijn, het schilderij dat de verloochening van Petrus verbeeldt. Het kan zijn dat het in het jaar van zijn dood gereed is gekomen. We zien duidelijk de lijpe dienstmaagd die tegen de soldaat van het bezettingsleger zegt: 'Deze hoorde er ook bij, bij die foute club.' En nog meer licht valt er op het doorgroefde voorhoofd van Petrus die met wringende handen beweert: 'Nee hoor.'

Links is, onbelicht, de derde persoon, de anonieme Romein, voor de vertelling onbeduidend maar tegelijk doorslaggevend, omdat hij met macht bekleed is, over leven en dood. Ik houd het er op dat deze dienstmaagd er op uit is om zich al kwebbelend belangrijk te maken. De soldaat is nadenkelijk. Hij moet er het zijne van hebben, wetende dat hij een beslissing moet nemen, wat voor een militair, vooral als onderknuppel, risicovol is en dus vervelend.

Petrus is de hoofdpersoon. Is hij niet een discipel van Jezus? Heeft hij tijdens het laatste avondmaal niet gezworen dat hij Jezus nooit verloochenen zou? Heeft hij niet iemand een oor afgeslagen toen Jezus gearresteerd werd? En meteen de eerste keer dat hij zich in gevaar voelt, verloochent hij. Jezus. En zichzelf. Waarom? Zie de ellende op zijn gezicht. Hij liegt om te overleven.

Wat doet een mens niet om te overleven? Dat is de fundamentele thematiek die in dit meesterwerk tot uitdrukking wordt gebracht.