Vrouwen schilderen - in Indonesië
Carla Bianpoen. Onvermoeibaar. Gedreven. Een kleine twintig jaar al schrijft ze over moderne, hedendaagse Indonesische beeldende kunst. Met, als ze het nodig vindt, speciale aandacht voor beeldende kunst gemaakt door vrouwen. En ze vindt dat nodig. Nu heeft ze, met anderen (Farah Wardani en Wulan Dirgantoro), een boek gemaakt, getiteld Indonesian Women Artists. The curtain opens. Een pràchtboek.
Een boek? Veeleer een monument, met zijn 280 grote bladzijden vol informatie en illustraties, alles fors, fraai en overzichtelijk uitgevoerd. Niet iets om in een ruk uit te lezen natuurlijk. Maar om vaak ter hand te nemen en de inhoud dan aandachtig en nadenkelijk bij je binnen te laten, met de ogen en met de geest.
Waarom zet Carla Bianpoen zich zo volhoudend in voor de 'Indonesian Women Artists'? In een interview, met Enin Supriyanto, heeft ze op die vraag het volgende antwoord geformuleerd: 'omdat vrijwel niemand voldoende aandacht besteedde aan door vrouwen gemaakte kunst, heb ik besloten het te doen'. Het interessante van dit antwoord is dat de betekenis van de woorden onder de woorden gevonden moet worden: ze vindt èn dat het gebeuren moet en èn dat zij degene is die het moet doen, als niemand anders het doet.
Ik kan lang mijmeren over de vraag: waarom moet er geijverd worden voor de erkenning van vrouwelijke identiteit in de Indonesische kunst? Het moet te maken hebben met een sociaal-culturele karakteristiek van de Indonesische maatschappij, dat ligt voor de hand. Op veel kunstwerken waarvan het boek afbeeldingen toont zijn vrouwen te zien die maskers dragen of in vreemde kostumering verstopt zitten. Andere kunstenaressen overschrijden daarentegen grenzen van taboes, bij de accentuering van vrouwelijke lichamelijkheid (wat dat betreft denk ik aan de vorig jaar al te jong overleden Balinese kunstenares I Gusti Ayu Kadek Murniasih).
De drive van Carla Bianpoen is kunstliefde gecombineerd met feminisme. Feminisme is voor haar een bevrijdingsbeweging. In de Indonesische situatie wordt bij bevrijding vooral gedacht, geloof ik, aan ontworsteling, zich losmaken van bepaalde kanten van traditie. Traditie die het dragen van een 'masker' afdwingt.
De filosofe en dichteres Toeti Heraty maakt dat duidelijk in haar heldere, heel persoonlijke inleiding. Titel: Face of a Woman, Mask of a Man. Ze citeert haar eigen gedicht:
Flowers of Fame
and the flower of fame known as woman
stands faded at the corners of the street
its appearance and enchantment lost
I have also lost
black pearls in the drops of blood
from the hidden wound
when obsessed in performing:
the dance of the male mask.
Er is ook een inleiding van Enin Supriyanto. Die eindigt met een citaat van Kartini (1879-1904), de jonge vrouw die in haar - in het Nederlands geschreven - brieven de aanzet heeft gegeven voor het Indonesisch feminisme. Kartini heeft gezegd: 'Het zijn de vrouwen die het best in staat zijn om te helpen om de moraliteit onder de mensen te verbeteren.'
Hetgeen Carla ertoe brengt om, in haar interview, aan Enin voor te stellen om samen met hem in de Kartini-documentatie, die zich bij het KITLV te Leiden bevindt, nog eens goed uit te zoeken waarom men Kartini niet de Moeder van de Indonesische Moderne Kunst zou moeten noemen.
Er hoeft alleen nog maar wat geld voor het onderzoek te worden gevonden. Ze is financiële steun ten volle waard, Carla Bianpoen, de onvermoeibare, de gedrevene. Als iemand het gordijn kan opentrekken is zij het wel.
