Victor Hugo - 'Chapeau'
Op 15 december 1840 komt het lichaam van de op St.Helena gestorven Napoleon naar Parijs. Een grote menigte ziet het gebeuren. Onder hen bevindt zich de 38-jarige Victor Hugo, in gezelschap van zijn minnares Juliette Drouet. Hij neemt zijn hoed af en roept anderen toe: 'Chapeau bas!'
De beschrijving van die scène deed me denken aan mijn eerste en enige kennismaking met het keizerlijke kadaver zo'n 150 jaar later. Dat lag toen in een pompeuze sarcofaag die je kon zien vanaf een balcon onder de Dôme des Invalides.
Ik liep daar in mijn artistiekerige outfit van toen, een colbertje van ribbelig fluweel en op mijn hoofd een zwarte, licht scheefgetrokken baret. Een suppoost riep mij op strenge toon toe: 'Monsieur, chapeau'. Zijn begeleidend handgebaar maakte mij overduidelijk wat hij bedoelde. Die baret moest af.
Ik gehoorzaamde onmiddellijk.
Voor die reactie kan ik een veelheid aan verklaringen geven. Ik was geïntimideerd. Door de context een beetje, maar erg door de scherpe toon van de suppoost. Bovendien leefde in mij de wens om me als buitenlander in dit door mij toen al bewonderde en geliefde land een goede indruk te maken. Natuurlijk vond ik het ook mal, maar aanpassingsvermogen brengt je er wel vaker toe om malligheid op de koop toe te nemen. Ik behoor tot het volk dat van alle volkeren ter wereld wel het minste gevoel heeft voor pathetiek. Het is zelfs zo dat wanneer ik dat lees over Victor Hugo, er zich lacherigheid van mij meester maakt, en ik me voorstel hoe het zou uitpakken wannneer iemand in Amsterdam bij het passeren van een stoet iets dergelijks zou durven uitroepen. Wij zijn meer 'n volk van een geworpen kip of rookbommetje.
Pathetiek. Ach, ik kan er zo langzamerhand wel iets meer begrip voor opbrengen. Soms zelfs bewondering. Bijvoorbeeld wanneer ik de brief lees die voornoemde Juliette Drouet, terugblikkend, op wat ze beleefde tijdens die intocht in Parijs van het lichaam van de dode Napoleon.
'Wat een vreugde voor mij en wat een trots gevoel om die sublieme dode voorbij te zien komen, steunend op de arm van de meest sublieme levende mens, zoals de wereld er geen tweede ooit zal zien.'
Zullen er veel mensen op die wereld zijn tot wie de geliefde zich op dergelijke wijze heeft uitgelaten? Ik moet zeggen: er gaan dagen voorbij dat een boodschap van vergelijkbare strekking mij niet bereikt.
