Skip to Content

Chelmno

Chelmno

Chelmno. De naam van dit oord in Polen, niet ver van de stad Lodz gelegen, verwijst naar een van de vernietigingskampen die de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog ingericht hebben. Ik moet aan die sinistere plek denken doordat ik vandaag bij toeval een gedicht onder ogen kreeg dat 'Chelmno' als titel droeg.

In Chelmno begonnen de Duitsers met het vergassen van joodse inwoners van Lodz. Ook van zigeuners. Dat was op 8 december 1941, nog voordat de Wannsee-conferentie had plaatsgevonden (20 januari 1942). Tijdens die conferentie kwamen vijftien personen bijeen, hooggeplaatste Duitse ambtenaren en SS'ers. Ze besloten tot het organiseren van de Endlösung van de Judenfrage. Deportatie naar Oost-Europa met uitroeiing in het vooruitzicht.

In 1941 was Polen al onder de voet gelopen. Half door het Duitse leger, half door de Russen. Chelmno was in Duitsland ingelijfd, had zelfs een Duitse naam. Daar was men een vernietigingskamp begonnen, onder leiding van 20 SS'ers, die hulp hadden van Duitse politiemensen als bewakers. In Auschwitz, later, heeft men een insecticide gebruikt voor het vergassen van mensen. In Chelmno, toen de Duitsers nog zochten naar moord-middelen, zijn om te beginnen de uitlaatgassen van vrachtwagens gebruikt.

Er waren er drie in gebruik. De mensen werden in een laadruimte opeengepakt. Die ruimte werd hermetisch afgesloten. Op de uitlaat werd een slang bevestigd en het uitlaatgas werd naar binnen geleid.

Het vernietigingskamp Chelmno werd in april 1943 opgeheven. De Duitsers hebben toen feest gevierd. Er waren op dat moment zo'n 340.000 mensen vermoord, mannen, vrouwen, kinderen. Daaronder ongeveer 145.000 joden. Verder zigeuners, Poolse verzetsmensen, Russische krijgsgevangenen en ook gijzelaars uit het Tsjechische Lidice, onder hen eveneens kinderen.

Gaat het gedicht van Anne van Amstel daarover? Helemaal niet. Het roept de herinnering op aan een heerlijke vrijpartij in een tentje, in de natuur. De regen tikt op het tentdoek, maar

hierbinnen liggen we
eten en drinken
praten en strelen we
gaan we in elkaar op
en op elkaar in

En wanneer de gelieven dan wakker geworden zijn van het geluid van op het dak vallende twijgjes, als ze zijn opgestaan en hun tent hebben afgebroken, kan de dichteres besluiten:

en dat wat ons verraadt
de dorre plek in het gras
een dubbele grafzerk groot

Ongewild macabere vergelijking, misschien? De duizenden slachtoffers van zestig jaar terug hebben geen grafzerk gekregen. Maar de minnende kampeerders van zestig jaar later richten in het Chelmno-gedicht een vertederend teken van menselijk evenwicht op: tegenover mensenverachting bestaat godzijdank de onschuldige, onverwoestbare liefde. Opdat we wel rouwen maar hoop en vertrouwen bewaren. En niet in cynisme verzinken.

Op de afbeelding is zo'n vergassingsvrachtwagen te zien. Met z'n bedieners. Als je alleen naar de buitenkant kijkt, lijken ze op mensen.