Skip to Content

Feyenoord mist Coen Moulijn

Feyenoord mist Coen Moulijn

Feyenoord mist Coen Moulijn. Nee, laat ik het beter zeggen: Feyenoord mist een Coen Moulijn. Ik kom tot deze verzuchting, nu het even niet al te best gaat met Feyenoord. Ik heb al horen vrezen voor degradatie.

Maar laten we wel wezen: Feyenoord is niet een voetbalclub, Feyenoord is een instituut, een voetbalmonument, gemaakt uit onverwoestbaar materiaal. Feyenoord degradeert niet. Feyenoord kan niet stuk, laat ik als Amsterdammer alle Rotterdammers, zelfs Aboutaleb, dat hart onder de riem steken.

Maar ze missen wel even een Coen. Wat dat is een Coen? Dat is om te beginnen een Rotterdammer, niet iemand van ver. Iemand die later een kledingzaak in Rotterdam gaat beginnen. Die een aura overdraagt aan alle Rotterdammers die hem nog hebben zien spelen en daarvan kunnen vertellen. Hoe hij iedereen voorbijliep op de linkervleugel. Hoe hij passeerbewegingen maakte waar Anna Pavlova niet tegenop kon en nu Britney Spears nog niet. Hoe hij loepzuiver zijn voorzet gaf, een afgemeten bal-vóór die in onze tijd een niet te missen assist wordt genoemd.

Wat Feyenoord nodig heeft? Een linksbuiten. Ikzelf heb Cootje Beman nog zien rennen langs de lijn, links. Dat was Blauw-Wit, in het Olympisch Stadion. Bergman werd aan de andere kant van de lijn soms in volle vaart geflankeerd door de vader van Nico Scheepmaker; eens in de veertien dagen stak deze serieuze accountant zich des zondags in een zelfgekozen grensrechtercostuum, pavoiseerde zich met de clubvlag, en holde minstens even snel als Cootje, vlak langs de lijn, zorgvuldig aan de buitenzijde blijvend, zijn gelaat gewend naar de scheidsrechter en driftig zwaaiend met de vlag wanneer hij dat noodzakelijk achtte - hij vergiste zich nooit.

Als Ajaxspeler (één jaar in aspirantenzes en één jaar in aspirantenacht) was mijn absolute favoriet de Ajax-linksbuiten van die dagen (begin jaren veertig) de meest elegante voetballer ooit: linksbuiten Guus Dräger. Zijn dribbel was als een pas-de-chat, zijn haar zat keurig, een overtreding beging hij niet. Hij hield zijn wenk. Een heer.

Omdat ik van hem geen afbeelding kan vinden en ook een beetje om me als Amsterdammer genereus te tonen, ben ik over Moulijn begonnen. Ook uit nostalgie? Jazeker. We speelden toen nog met linksbuitens, linksbinnens, midvoors, vijf voorspeler is totaal. Drie middenspelers, een rechtshal, een linkshalf en een spil. De stopperspil was een sensationele vernieuwing, gelanceerd in Engeland. We trokken niet aan shirtjes. Legden niemand professioneel neer. We voetbalden. Voor ons plezier.

Op een dag, in 1955, kocht Feyenoord Coentje voor 25000 gulden van Xerxes. Zeventien jaar hebben ze plezier van hem gehad. De afbeelding toont hem met een soort schaamlapje. Een aandenken, voor de aanvoerder van de tegenpartij bij zijn afscheidswedstrijd, het elftal van Uruguay.