Skip to Content

Cor weet het niet

Cor weet het niet

Cor keek er van op toen hij een roffel gaf en zijn trommel 'Au!' zei.

Hij hield op met drummen en bekeek zijn instrument van dichtbij. Een heel klein kereltje stak zijn kop door het trommel­vlies naar buiten. Hij maakte zich bekend als de Geest van de Trommel. Hij legde uit dat hij eens in de tweeduizend jaar een menselijke gedaante aannam. De geest ging op de rand van de trommel zitten en keek Cor vragend aan.

Cor begreep wat hij wilde. Hij sloeg zijn mooiste paradiedel.Het kereltje klapte in zijn handen en maakte een dansje. Cor kwam op het idee om limonade in een vingerhoed te gieten en die aan te bieden. Het was toch nog veel te veel. De Geest van de Trommel slurpte er wat van, likte zijn lippen af en zei: 'Dank je wel Cor. Dat was lekker.' Hij haalde een gebloemde zakdoek uit zijn achterzak en snoot omslachtig zijn neus. 'Kom', zei hij, 'ik ga eens op weg.'

'Waar ga je heen?' vroeg Cor
'Naar de trommelgeestenbijeenkomst.'
'Waar is dat?'
'In Neuillasse.'
'O', zei Cor. En dacht: 'God mag weten waar dat is.'

'Nou tabé hoor. En bedankt voor de limonade.'

Ineens durfde Cor het te vragen.
'Zeg, waar is Neuillasse?'
'Weet je dat niet? Eigenaardig. Dat is twee huizen verderop. Nou ik ga. Tot kijk.'

Cor verzonk in gepeins.