De weg naar Hardeweg

Gabriël zat voor zijn tentje. Voor hem zijn butagasstelletje. Daarop een pannetje met water, dat bijna aan de kook was. Gabriël ging thee zetten.
Er stopte een boer, op de fiets. Hij vroeg aan Gabriël de weg naar Hardeweg.
Gabriël kwam langzaam overeind. Hij keek eens bedachtzaam om zich heen. Hij schraapte zijn keel, zei niets, maar wees in de richting van een bomenrij aan de horizon.
Toen pas zei hij: Die kant uit. Geloof ik.
Goed geantwoord, zei de boer. Gelukkig maar.
Hij gaf Gabriël zijn visitekaartje. Hij sprong op zijn fiets en verdween in de schemering. De duisternis was plotseling ingevallen.
Vanwege die duisternis kon Gabriël niet lezen wat er op het kaartje stond.
