Skip to Content

Defensie

Defensie

Defensie. We komen het woord tegen wanneer we het over een ministerie hebben. Verdediging. Het stamt nog uit de tijd dat we soldaten aan de grenzen hadden om boosdoeners buiten de deur te houden. Het Ministerie van Defensie. Ik ben er nog wel eens binnen geweest.

Dat was toen ik als dienstplichtig militair was opgeleid om toekomstige krijgsgevangen te ondervragen. Tijdens een oefening merkte ik dat de aanvechting in mij opwelde om een oefengevangene die zich onwillig toonde een schop te geven. Ik begreep dat het tijd was om verdere dienst te weigeren. Op het Ministerie verscheen ik voor een commissie. Enkele beschaafde heren begonnen met de vraag wat ik doen zou wanneer een woesteling mijn huis zou binnen dringen, een bijl hief om mijn lieve vrouw en kroost het hoofd in te slaan? Er stond toevallig ook een bijl naast mijn fauteuil. Wat zou ik doen?

Het was de tijd dat in Nederland weinig mensen wisten waar Afghanistan lag. Nu leven we in de tijd dat we militairen in dat onherbergzame land hebben. Argumentatie: we helpen er bij de opbouw. Hoe verzin je het. Wat je met taal toch kunt uithalen.

Ik zag een filmreportage op de tv. Ik begreep, om te beginnen, nog eens goed waarom die griezelige president van Iran, Ahmadinejad, het in zijn toespraak tot de VN bij herhaling had over 'arrogante naties'. Op dat punt kon ik hem wel volgen. Wij horen er ook bij. Onze jongens in Uruzgan laten merken dat we in Afghanistan niks hebben aan de Afghaanse aspirant-militairen aan onze zijde. Waardelozen. We moeten ze nog voorzeggen dat je moet mikken alvorens te vuren. Zo'n advies, noem het opbouw.

Defensie. Waar zijn tijden van weleer, toen we lazen hoe Hasek vertelde van de brave soldaat Schwejk. Die was in staat om een binnendringende vijand toe te roepen 'Niet schieten, hier liggen mensen.'