Doeschka Meijsing - hartebloed
Ik heb het voornemen om op te schrijven wat ik zo bijzonder vind aan Doeschka Meijsings pasverschenen roman "Over de liefde'. Ik zal het hebben over thematiek, structuur, over de vertelwijze, over stijl, over passages die me doen lachen en andere die me tranen bezorgen. Over dat soort dingen. Maar eerst wil ik het hebben over hartebloed.
Hartebloed. Ineens kwam het woord bij me op, toen ik het boek gelezen en herlezen had. Het kan komen doordat het boek er een is dat je hart treft. Het komt bij mij ook door een hervonden herinnering.
Het gebeurde in de jaren tachtig, in het Frans en Occitaans Instituut aan de Drift in Utrecht. Ik verdiende er mijn brood als docent Franse literatuur. Ik moest veel scripties lezen en beoordelen. Ik kreeg er een in handen van... Tja, haar naam ben ik vergeten. Het onderwerp? Ik heb er een onprecieze herinnering aan. Hoofdzakelijk vind ik nog het gevoel terug dat ik deze tekst wel interessant vond, omdat ik er iets van leerde over een zaak waar ik niets van wist en eigenlijk nog nooit over had nagedacht.
Wat ik me wèl met zekerheid herinner is dat ze er erg lang over had gedaan om hem te schrijven, die scriptie. Begrijpelijk en vergeeflijk, want ze moest naast haar studie werken ze om geld te verdienen. Ze was een tijdlang assistent-secretaresse op dat Instituut voor Fransstuderenden. Bovendien was ze niet het type om zich ergens flut flut van af te maken.
Ik zei haar dat ik haar doctoraalscriptie uitstekend vond. Dat ik hem met meer dan normale belangstelling, ja met plezier, had gelezen. Ze nam mijn lof in ontvangst met de woorden 'Ja. Hij is ook met hartebloed geschreven.'
Met hartebloed geschreven. Ineens komt die nooit verdwenen herinnering bij me terug. Is dit met hartebloed geschreven? Het is een goede vraag om je stellen, wanneer je een boek gelezen hebt.
Schreef Hermans met hartebloed? Nee, met ressentiment. Schreef Reve met hartebloed? Nee, met behaagzucht. Schreef Wolkers met hartebloed? Ja, maar vermengd met evangelisatiedrang. Zo ook Multatuli. Schrijft Mulisch met hartebloed? Nee, met zelfingenomen gewichtigheid.
Schrijven met hartebloed? We vinden het het in ons taalgebied wel bij onze grote dichters, zoals Marsman. Bij de prozaïsten staat bij mij Hellema (pseudoniem voor Alexander B.van Praag) bovenaan. Hij is de meest miskende naoorlogse Nederlandstalige schrijver.
De geestdrift die Doeschka Meijsings 'Over de liefde' me bezorgt komt in allereerste instantie voort uit een gevoel, zonder benoembare argumenten. Het gevoel waarvoor een studente me ooit de bewoording leverde: dit is met hartebloed geschreven.
Met hartebloed. Dat wil zeggen: ongezegd kon het niet blijven. Het moest er uit.
