Skip to Content

'k Moet dwalen

'k Moet dwalen

Ik doe het elke nacht. Dromen. Een leven lang al. Meestal ontsnapt de herinnering aan de droom me na het ontwaken. Zonde. Maar het gebeurt ook dat ik de droom onthoud, globaal of en détail, in zijn geheel of fragmentair. Vreugde.

Wanneer ik in de gelegenheid ben, en niet te lui, noteer ik wat ik me herinner. Ik weet dat er psychologen bestaan die de droom-activiteit beschouwen als het opruimen van rommel in het onderbewuste. Hm. Ikzelf ben meer van de tegenovergestelde richting: die dromen hebben iets te vertellen.

Het hoort bij de hindoe-instelling van Balinezen om zorgvuldig en oplettend om te gaan met droomervaringen. Freud, Jung en anderen hebben het interpreteren van de symboliek in dromen als belangrijk beschouwd in hun psychotherapieën. Terecht, geloof ik.

Toen ik jong was had ik wilde dromen. Ik heb zelfs wel onstuimig de liefde bedreven midden op een brug over een Amsterdamse gracht in de binnenstad. Ook de Kalverstraat bood me gelegenheid tot vervoerende ervaringen; wanneer ik in de voortslenterende menigte niet gemakkelijk kon voortgaan, verhief ik me eenvoudig in de lucht, strekte me horizontaal uit en bewoog me vrolijkweg rustig zwevend voorwaarts. Ik zweefde ook regelmatig als ik van een klif sprong. Onttrokken aan de zwaartekracht was ik, althans in de dromen van mijn jonge jaren.

De middelbare jaren brachten dromen met plicht. Wat liep ik vaak langs de rand van een zwembad, genietend van de aanblik van mijn kroost dat in het water spartelde. Scherp oplettend dat ze niet zouden verdrinken. Aandacht, zorg, vermengd met gevoelens van geluk en genegenheid. Liefde van een andere soort dan toen op die brug.

En nu ben ik 's nachts veelal op pad. Dikwijls met een groep mensen waar ik een zekere verwantwoordelijkheid voor voel. Studenten, toeristen, congresdeelnemers. Een lichte spanning tussen sociale inzet en vrijheidsdrang.

Meestal dwaal ik dan. Door wat modderige gebieden aan de rand van de stad. Moeilijk begaanbare weggetjes. Ook wel armoedige, nogal vale, straten. Welke stad? Meestal Parijs of een plek die er op lijkt, met grijze natuursteen, maar zonder place de la Concorde. Buitenwijken.

Gelukkig dwaal ik ook wel in berglandschappen. Dat brengt me het kinderliedje in gedachten dat spreekt van dwalen langs bergen en dalen.

'k Moet dwalen, 'k moet dwalen,
Langs bergen en langs dalen.
Daar kwam een kleine springer in het veld.
Hij zwaaide met zijn hoed,
Hij stampte met zijn voet.
Kom, laten wij nu dansen gaan.
En de anderen moeten blijven staan.

Als doorgewinterde homo semioticus ben ik bereid om aan het interpreteren te slaan. Die kleine springer, herken ik mezelf? Hij zwaait met zijn hoed en stampt met zijn voet. Danst en gaat zijn weg. Dwaalt.

Dwalen is genietend voortgaan zonder precies te weten waarheen. Dwalen is ook: je vergissen. Het moet en het mag ook. Het kan niet anders.