Hertenjacht in De Elzenkoning
Tiffauges, hoofdpersoon in Tourniers roman 'De Elzenkoning', moet aan het begin van de Tweede Wereldoorlog het Franse leger in om zijn vaderland tegen de Duitsers te verdedigen. Hij wordt, niet tot zijn verdriet, gevangen genomen.
Als krijgsgevangene wordt hij weggevoerd en komt terecht in Oost-Pruisen. Hij komt daar te werken voor Hitlers tweede man, Göring. In diens jachtgebied, waar naar hartelust op herten wordt geschoten.
Is dat fictie? Geenszins. Göring was de opperjager, letterlijk, ten tijde van het Derde Rijk. Hij schoot zelf graag herten dood, liefst die met de fraaiste geweien. Tournier besteedt vele bladzijden aan preciseringen over de zware geweien die herten op hun kop torsen en die na afloop van een jachtpartij eigendom worden van de hooggeplaatste killer. Die hangt zijn trofeeën vol trots thuis aan de muur. Er bestaan ook jachtmusea waar met indrukwekkende geweien wordt gepronkt.
Die bladzijden over de hertengeweien roepen vragen op. Waarom doet Tournier dat? Waarom heeft hij er zoveel studie in gestoken om ons, lezers, te kunnen vertellen over stangen, oogtakken, rozen, parels, kronen en enden? Over gewei-kenmerken waarover die patserige jagers, daar in Oost-Pruisen, zich discussiërend druk maakten? Hoe moeten we dat interpreteren, dat hij, Tournier, dat in zijn boek zo uitzinnig uitgesponnen heeft? Het had gemakkelijk als saai kunnen overkomen. Dat gebeurt toch niet. Omdat het zo waanzinnig aandoet. En omdat het met een perfect mengsel van humor en ingehouden woede beschreven is.
Als lezer kom ik in de verleiding om die excessieve uiteenzettingen als een teken van iets te beschouwen. Tournier, bij monde van Tiffauges, verklaart al helemaal aan het begin an de roman: 'alles is een teken'. Dat klinkt een eenvoudig Peirceaans semioticus als schrijver dezes uiteraard als muziek in de oren. Dus doe ik een interpretatie-poging.
Aan Tourniers in 'De Elzenkoning' geëtaleerde geweien-deskundigheid kan, geloof ik, de volgende betekenis worden toegekend: hij laat zien in welke mate mensen, waaronder ook wezens die het lot van anderen bepalen, zich afwenden van wat werkelijk belangrijk is. Ze houden zich bezig met futiele en verachtelijke zaken.
