Skip to Content

Nolde, in Parijs

Nolde, in Parijs

Nog net voordat het griepvirus toesloeg in de Rue Deparcieux, in Parijs, had ik gelegenheid om kennis te maken met Emil Nolde in het Grand Palais. Een reus van een schilder.

Een overweldigende hoeveelheid werken zag ik er, van deze overweldigende expressionist. Bij het woord expressionisme moet ik altijd denken aan Vincent van Gogh, die een portret maakte van de postbeambte Roulin, met zijn mooie baard, en daarover aan zijn broer Theo schreef dat hij hoopte dat Roulin aan dat schilderij zou kunnen aflezen hoezeer hij, Vincent, affectie voelde voor deze man die in Arles aardig voor hem was (aardiger dan de jongens die koolstronken smeten naar die rare vreemdeling, wanneer hij er met zijn schildersezel op uit trok door de straten van dat schilderachtige Zuidfranse stadje).

Nolde ziende, denk ik: hij is een nazaat van Van Gogh. Van Gogh heeft met die eenvoudige woorden aangegeven wat we onder expressionisme kunnen verstaan: uitdrukking geven aan een gevoel dat de kunstenaar vervult bij zijn creatieve werk, en wel zó dat degene die het resultaat van die creatieve arbeid beschouwt dat gevoel voelt binnenkomen in eigen hart.

Flarden van de ziel van Van Gogh zijn op Nolde overgesprongen. Ja, zo gaat dat. De ziel geeft een voorbeeld: dààrtoe is generositeit in staat. In het Grand Palais kon ik die veronderstelling bevestigd zien.