Skip to Content

Fagocyt

Fagocyt

Ik ben niet iemand die schrikt van geleerde woorden. Maar grote bevreemding overviel mij toch wel toen ik in Le Monde des Livres van 9 november 2007 las over een bijeenkomst waar romanschrijvers aller landen zich verenigd hadden om over het romanschrijven te delibereren.

Over Leslie Kaplan werd gemeld dat hij had gesproken over het vermogen van de roman om alles wat zich in de werkelijkheid voordoet te fagocyteren. In het Frans staat er: 'la capacité du roman à phagocyter toutes les composantes du réel'.

Fagocyteren. Fagocyteren? Het was me te moede of ik een bosjesman met peniskoker, tulband, laklaarzen en verder niks door de Leidsestraat zag wandelen.

Naar de dikke Van Dale dus en Google. En ik ontdekte dat ik een verarmd leven achter de rug heb, omdat ik het tot nu toe, in mijn onwetendheid, zonder dat woord 'fagocyt' gesteld heb. Hoe heb ik het zonder enige oppervlakkig kennis over de fagocyt kunnen redden?

Een fagocyt is een wit bloedlichaampje dat bacteriën en stukjes afgestorven weefsel in zich kan opnemen en verteren. Een opslorper. Een eetcel. Fantastische helper in ons lijf, die slechtigheid in zich opneemt en ervoor zorgt dat we er geen last van krijgen.

Denk aan het metaforische gebruik dat we van het bijbehorende werkwoord, fagocyteren, kunnen maken. We beleven een tijdperk van migratie, van intensief in- en uitstromen van mensen naar gebieden ver van hun roots. Met wat voor fagocyten krijgen zij en de anderen te maken. Juich-fagocyten? Uitkots-fagocyten? Nuchtere fagocyten, die nuttigen zonder zorgen?

Wat zeker is: samenlevingen zien zich voor dilemma's gesteld: fagocyteren, ja of nee? en zo ja, hoe?