Skip to Content

De wedstrijd Fielmich-Fakkeldij

 De wedstrijd Fielmich-Fakkeldij

Meneer Fielmich is kapper in Almere. Elke week gaat hij naar Amsterdam. Op de Herengracht belt hij aan bij de winkel van meneer Fakkeldij. Die komt dan naar buiten met zijn bal. De beide heren begeven zich te voet naar het Vondelpark. Bij het Leidsebosje zien ze dokter Fiedeldijdop op een bankje zitten. Die gaat mee naar het grasveld bij het Blauwe Theehuis.

Daar trekken meneer Fielmich en meneer Fakkeldij hun trui en hun jasje uit. Want ze gaan tegen elkaar voetballen. Meneer Fielmich legt zijn trui en zijn jasje zó neer dat ze samen een doel vormen. Meneer Fakkeldij doet hetzelfde een eindje verderop. Nu gaan ze proberen om de bal bij de tegenstander in het doel te schieten. Dokter Fiedeldijdop bepaalt of het doelpunt geldig is. Hij is scheidsrechter.

Dat is een zware taak. Vooral wanneer meneer Fakkeldij de bal veel te hoog over meneer Fielmich heen schiet. Over de lat' roept meneer Fielmich dan. Ik zie geen lat' roept meneer Fakkeldij. De lat is denkbeeldig' zegt dokter Fiedeldijdop streng. Hij bepaalt of de bal onder de lat door is gegaan ja of nee. In het ene geval protesteert meneer Fielmich en in het andere geval protesteert meneer Fakkeldij. Als dat te lang duurt, wil dokter Fiedeldijdop wel eens een gele kaart uit zijn achterzak peuteren. Die houdt hij dan omhoog, met een streng gezicht. Dat zijn mond zo streng staat komt vooral doordat hij stevig bijt op zijn fluitje, om het niet te verliezen.

Wanneer meneer Fielmich zich heeft ontdaan van zijn jasje en zijn trui ziet de scheidsrechter dat een wit shirt zichtbaar wordt. Er staat een grote rode F op. Die heeft mevrouw Fielmilch daar geborduurd. Uit liefde.

Daarna trekt meneer Fakkeldij zijn jasje en zijn trui uit. Ook hij draagt een wit t-shirt met daarop een rode F. Geborduurd. Door mevrouw Fakkeldij. Ook uit liefde.

O nee', roept dokter Fiedeldijdop. Nee. Nee. En nog eens nee. Dat kà n niet. Zo kan de scheidsrechter de partijen niet uit elkaar houden. Dat heb ik nog nooit gezien, dat twee ploegen allebei hetzelfde shirt dragen.'

Ik heb het wel eens gezien,' zegt meneer Fielmich. Maar zo zachtjes dat de anderen het niet horen. Dat is maar goed ook. Meneer Fielmich jokt natuurlijk. Daarom praat hij zo zachtjes. Hij is blij dat de anderen niet hebben gehoord wat hij zei.

'Een van jullie moet zijn shirt uittrekken', zegt dokter Fiedeldijdop. 'Oké', zegt meneer Fielmich. Kom op Fakkeldij, trek je hemd uit.' Weet je wat meneer Fakkeldij dan zegt? 'Ammehoela', zegt hij. Dat betekent: ik denk er niet over.

'Nou, dan trekt u toch zeker uw hemd uit', zegt dokter Fiedeldijdop glimlachend tegen meneer Fielmich. 'Ja zeg,' zegt meneer Fielmich. 'Doei.' Dat betekent: ammehoela. Meneer Fielmich krijgt veel jeugdige klantjes in zijn kapsalon. Hij is in staat om zich modern uit te drukken.

'Trek allebei je hemd uit,' zegt dokter Fiedeldijdop. Hij denkt: dan zie ik het verschil wel. Maar nee hoor. De heren gehoorzamen, maar blijken beiden grijs haar op hun borst te hebben. Boos en wanhopig gaan de drie heren op het gras zitten. De bal ligt doelloos tussen hen in.

Ze zwijgen een half uur lang. Hun monden zijn dunne strepen.

Toen kwam er een heel klein meisje aanhuppelen. Ze had mooie bladeren gezocht; het was herfst. Twee mooie rode bladeren plakte het meisje met spuug op de parmantige tepels van meneer Fakkeldij.

Zo kon de scheidsrechter de tegenstanders uit elkaar houden. Hij floot op zijn fluit. De wedstrijd begon. Meneer Fakkeldij moest zich voorzichtig bewegen om zijn bladeren niet te verliezen. Daardoor kon meneer Fielmich gemakkelijk doelpunten maken. Na tien minuten was de stand al Fielmich-Fakkeldij zeven-nul.

Meneer Fielmich werd overmoedig. Hij lachte in zijn vuistje toen hij de bal weer eens knoerthard tussen het jasje en de trui van meneer Fakkeldij schopte.

Meneer Fielmich lachte te vroeg. De bal had zo'n vaart dat hij in de vijver terecht kwam. Een karper stak zijn kop boven water en slokte de bal op. Het was wel een héél grote karper.

De scheidsrechter floot: einde wedstrijd. En hij floot nog eens: tien strafpunten voor meneer Fielmich.

'Vonden ze je bloes mooi?' vroeg mevrouw Fielmich na afloop, terug in Almere. Niemand weet wat meneer Fielmich heeft geantwoord. Hij sprak weer veel te zacht.