Skip to Content

Kleinspraak

Kleinspraak

Het beste gedicht ontstaat waar de vorm en de inhoud een liefdesband aangaan. Ronkerige praat over een intiem menselijke zaak, lachwekkend. Obscuur gedoe waar eenvoud mogelijk is, brr. Borstgetrommel, altijd fout. Mode? Minkukels doen er aan mee.

Hanny Michaelis schreef overwegend lyrische poëzie. Haar behoefte om zich in poëzie te uiten bedwong ze niet. De vorm die ze koos was dicht bij parlando. Ze spreidde zinnen uit in versvorm en het werd poëzie. Een vocabularium vol concreets, zonder vulgariteit, zonder bombast. Met beelspraak-vondsten, dat wel. Bescheidenheid zat diep in haar ziel. Ze wàs eenvoudigweg bescheiden en stopte louter bescheidenheid in haar poëzie. Dat had te maken, denk ik, met haar besef dat dichten met taal moet gebeuren, maar dat taal toch ook een beperkt instrumentarium is, en dat het goed is om niet net te doen of dat niet zo is. Geen grootspraak dus, maar bescheidenheid. Kleinspraak.

Woorden: een dubieuze
lekkernij. De sappige
liggen zwaar op de maag.
Zelfs de droogste laten
een weeë smaak na. Toch
kan niemand erbuiten,
ik ook niet. Maar als
er dan met alle geweld
spraak gemaakt moet worden
dan liever kleinspraak.