Skip to Content

Het einde van Heinde en van Verre

Het einde van Heinde en van Verre

Elk jaar was er een wedstrijd tussen die dorpen. Touwtrekken. Er was geen brug over de rivier Droevenis. Daarom gooiden ze het touw gewoon naar de overkant. Dan begonnen ze te trekken, uit alle macht.

Iedereen deed mee, want ze vonden het geweldig leuk, touwtrekken. Ze hadden gemerkt dat je kon winnen als je meer touwtrekkers had dan die van de overkant. En het was ook handig als de touwtrekkers dik waren.

Slim hoef je voor touwrekken niet te zijn. Je zorgt dat je dik bent en je gaat achterover hangen. Als je won, dan zag je de anderen omvallen en uiteindelijk in het water glijden. Vooral het gekrabbel aan de overkant, om weer op het droge te komen, maakte de winnaars altijd vrolijk.

landkaar van Heinde en Verre

In Verre woonden meer mensen dan in Heinde. Ze wonnen altijd. Dat ging die van Heinde vervelen. Ze gingen naar Verderop, het dorpje bij de beek. Die deden met Heinde mee. Zo heeft Heinde ook eens van Verre gewonnen.

Toen haalden de bewoners van Verre touwtrekkers uit Elders, het stadje aan het Diepe Meer. Dat waren rare lui. Eerst trokken ze de touwtrekkers van Heinde in de Droevenis. Toen duwden ze hun maten uit Verre ook allemaal in de rivier. En daarna sprongen ze er zelf in.

Al die te water geraakte touwtrekkers spartelden geweldig. Door het gespartel lukte het niemand om op de wal te komen. De rivier heeft iedereen meegespoeld naar zee. Niemand heeft ooit meer iemand van Heinde of van Verre gezien. Niemand kan je vertellen waar Heinde en Verre gelegen hebben.