Skip to Content

Houellebecq cynisch?

Houellebecq cynisch?

Houellebecq stelt in zijn laatste grote roman 'Mogelijkheid van een eiland' (La possibilité d'une île) het volgende: als je bemind wilt worden, dan moet je een hond nemen.

Honden kunnen het, liefhebben, volgens Houellebecq. Ze zijn goed in overgave en generositeit. Er zijn critici die hem, Houellebecq, deswege als een cynicus beschouwen.

Geheel ten onrechte.

In zijn boeken komen nogal wat figuren voor aan wie cynisme niet ontzegd kan worden. Realisme? Nee, overwegend niet, want de grote romans van Houellebecq vertellen niet over de hedendaagse werkelijkheid, maar zijn met realisme beschreven fantasieën over een toekomst die zich schijnt af te tekenen. Het lijkt of cynisme voor de spraakmakers onder ons als in wordt beschouwd. En omdat ze spraakmakers zijn, machtigen der aarde, toonzetters, ikonen, wint cynisme terrein. Houellebecq constateert het. Maar juicht niet, integendeel. Denk aan Nietzsche. Die zei 'God is dood', maar ook hij stelde dat niet in tevredenheid.

In zijn vroegere, wèl realistische werk, 'De wereld als markt en strijd' (Extension du domaine de la lutte), laat Houellebecq een personage zeggen dat de patiënten in een psychiatrisch ziekenhuis eigenlijk allemaal maar één ding willen: geaaid worden. Zo is het: niemand kan buiten tekenen van genegenheid. En de vierpoter geeft voorbeelden; zó kun je die tekenen geven.

Ik houd niet erg van honden. Ze hebben vaak harde haren, harde poten, slechte manieren. Meestal stinken ze bovendien. Maar ze weten van onbaatzuchtige aanhankelijkheid. Overgave en generositeit zijn het fundament van de ware liefde, dat heeft Houellebecq goed gezien.

Ik heb hem in Amsterdam wel eens zien zitten. In een boekwinkel om exemplaren van een pasverschenen vertaalde roman van hem te signeren. Een duckmäuserisch type. Je zou hem een cent geven.

Op de Nederlandse televisie verschijnt, elke avond weer, een eindeloze serie zelfingenomen snedige patserfiguren die hun onbenullige cynisme schaamteloos, als vieze modder, de huiskamers inwerpen. Zo één is Houellebecq allerminst.

Op de afbeelding zie je het, dat hij niet een derzulken is. En wat loopt daar aan zijn zijde, een beetje naar achteren? Ja hoor, daar loopt het medeschepsel dat hem een voorbeeld is.