Skip to Content

Bij God op tafel

Bij God op tafel

Evolutietheorie of intelligent design. Onzinnige discussie. Alsof geloof in God als schepper van de wereld en geloof in de juistheid van Darwins evolutietheorie elkaar in de weg staan. God heeft niet alleen de wereld geschapen, maar hij is nog steeds bezig. En Darwins evolutietheorie is een machtig interessante en plausibele verklaring voor een bepaalde groeidynamiek in het leven op aarde. Er zijn ook andere evolutiehypothesen.

Wanneer ik, bijvoorbeeld, voor een bloeiende passiebloem sta, kan ik niet nalaten pathetisch te verzuchten: 'Wat een wonder weer van Gods tekentafel'. Dit horende heeft poëziekenner Hans Groot mij gewezen op Achterbergs gedicht 'Ichtyologie'.

Een belangrijk talent van Hans Groot is dat hij schoonheid weet te herkennen. Een ander talent: hij weet in gedichten naast schoonheid ook betekenis te vinden. En een talent waar anderen dan weer van kunnen profiteren: hij kan ze woord voor woord onthouden. En hij kan ze dan op gepaste momenten uit het hoofd voordragen.

Ik heb, verrukt, meegemaakt dat hij het deed midden in de jungle van Nieuw Guinea (Irian Jaya, thans Papua). Daar was het Nijhoff. Maar dit terzijde. Na mijn verzuchting liet hij mij Achterbergs gedicht horen, met die moeilijke titel.

Achterberg koos als titel voor zijn gedichten vaak nogal raadselachtige woorden. Die voorkeur vloeide, geloof ik voort uit wat ik graag taal-wellust noem. Vandaar 'ichtyologie'. In plaats van het al te ordinaire 'viskunde'.

-----

Ichtyologie

Er is in zee een coelacant gevonden,
de missing link tussen twee vissen in.
De vinder weende van verwondering.
Onder zijn ogen lag voor 't eerst verbonden

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om deze vis heenstonden
voelden zich op dat ogenblik verslonden
door de miljoenen jaren achter hen.

Rangorde tussen mens en hagedis
en van de hagedis diep in de stof,
verder dan onze instrumenen reiken.

Bij dit besef mogen wij doen alsof

de reeks naar boven toe hetzelfde is
en kunnen zo bij God op tafel kijken.

-----

Wie dit leest en dan nadenkt, zal nalaten om zich over die schijntegenstelling Darwin/Godsgeloof druk te maken. We maken ons ook niet druk of het allemaal wel zo precies gebeurd is als Achterberg het voor ons afschildert. De dichter mag het zeggen zoals hij wil. Wij moeten proberen te begrijpen wat hij ons fundamenteel te vertellen heeft.

Op de afbeelding: de het dier in kwestie, de coelacant.