Skip to Content

Iocaste

Iocaste

Het tweede bedrijf opent met een felle woordenwisseling tussen Creon en Oidipous. Begrijpelijk, want Creon pikt het niet dat Oidipous hem vals beschuldigt. Vals, want Oidipous heeft geopperd dat Creon de blinde ziener Tiresias heeft opgestookt om een vervloeking te verzinnen, zodat Creon het koningschap van Oidipous over kan nemen. Dan verschijnt Iocaste, de koningin, om aan de ruzie een einde te maken.

Iocaste wil dat haar broer en haar echtgenoot zich met elkaar verzoenen. Wat is er aan de hand? Oidipous vertelt dat Creon een helderziende heeft opgetrommeld om te beweren beweert dat hij, Oidipous, de man is die Laios heeft gedood.

O. Nou, Iocaste kan hem geruststellen. Helderziendheid, het is malligheid. Ze kent daar persoonlijk een goed voorbeeld van uit de tijd dat ze nog koningin was aan de zijde van Laios. Er was een ziener verschenen, een Apollo-priester. Die kwam vertellen dat zij van Laios een zoon zou krijgen, die later zijn vader doden zou. Dat kindje was wel geboren, maar Laios had zijn voeten stevig aan elkaar vastgebonden. En hij had het op een afgelegen plek in de bergen laten weggooien.

Dat kind kan dus niet de moordenaar van zijn vader zijn, stelt Iocaste. Ze meent in haar goedheid dat dit voorbeeld de vrede tussen haar man en haar broer zal herstellen.

Het wordt Oidipous na de woorden van Iocaste zeer vreemd te moede. Hij wil nu van Iocaste allerlei preciseringen horen. Over het uiterlijk van Laios, over de plek van zijn dood, over de samenstelling van zijn reisgezelschap.
Hoe ze dit alles weet, Iocaste? Vier mensen heeft de driftige killer gedood, zegt ze, maar één dienaar wist te ontkomen. Die is teruggekeerd naar het paleis in Thebe.

Leeft hij nog, die getuige? Ja. Maar toen hij Oidipous in het paleis had zien verschijnen als opvolger van Laios, toen heeft hij de koningin gesmeekt om herder te mogen worden, ver weg van Thebe. Iocaste zegt nu toe dat ze die herder naar het paleis zal laten halen om zijn verhaal te vertellen.

Oidipous, hoogst ongerust, biecht tegenover Iocaste twee dingen op. Dat hij een vondeling is. En dat hij bij een tweesprong bij een ruzie een oude man en zijn reisgezelschap heeft gedood. De gedachte ontwaakt in hem dat Tiresias zich mogelijkerwijs niet heeft vergist.

Het lijkt waar, dat Oidipous Laios, zijn vader, heeft gedood en met Iocaste, zijn moeder, heeft geslapen. Maar een goede advocaat, een Nico Meijering, die Hells Angels de hemel in krijgt, zou aanvoeren: het kan toch zijn dat er een coïncidentie van gebeurtenissen is. Bewezen is er nog niets.

Iocaste toont aan het einde van het Tweede Bedrijf haar onbegrensde generositeit, haar grootmoedige vertrouwen in Oidipous. Ze incarneert de toegewijde echtgenote en ook de liefhebbende moeder. Ze spreekt de hartverscheurende zin uit: 'Hoe kan hij nu zijn vader hebben gedood, dat arme kind? Hij is toch vóór hem gestorven?'

De afbeelding toont Iocaste, samen met haar zoon. Althans zoals zangers van de Vlaamse Opera haar verbeeldden.