Skip to Content

Némirovsky

Némirovsky

Het manuscript van 'Suite française' van Irène Némirovsky is pas vele jaren na haar dood boven water gekomen. De tekst was neergekriebeld in een schrift dat jarenlang in het bezit was gebleven van een dochter van Irène Némirovsky.

Toen Irène in juli '42 was opgehaald om naar Auschwitz te worden gedeporteerd waar ze, naar getuigen meldden, een maand later werd vermoord, zijn haar dochtertjes naar onderduikadressen gebracht. De oudste, Denise, toen dertien, had in haar schaarse bagage het schrift van haar moeder. Het heeft ruim zestig jaar moeten duren alvorens het bij toeval onder ogen kwam van Anna Anissimov, biografe van Primo Levi en Romain Gary. Zodoende.

Irène Némirovsky was voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk al een gevierd schrijfster. Française was ze niet; ze was Ukrainse, geboren in Kiev in 1903. Haar vader was een rijke joodse bankier. Na de oktoberrevolutie vluchtte die weg uit de gloednieuwe Sowjet-Unie naar het westen en vestigde zich in Parijs. Zijn intelligente dochter had in Rusland al uitstekend Frans geleerd van een gouvernante en kon in 1926 een roman op de markt brengen getiteld David Golder. Onderwerp was het jachtige bestaan en treurige einde van een rijke financier-beursspeculant. De kritiek onderkende unaniem het talent van de 29-jarige schrijfster en ontving het boek juichend.

In snel tempo schreef ze daarna goedgeschreven boeken waarin ze meestal, onbarmhartig observerend, het milieu beschreef dat ze van nabij kende. Een belangrijk thema was de haat die een dochter voelt voor haar hardvochtige moeder. Ze putte zonder scrupule uit haar levenservaring; haar eigen moeder moet een monster van egoïsme en poenigheid zijn geweest Die behing zich met juwelen van het met hachelijke beursmanoeuvres bijeengegraaide geld, verkeerde luxueus in Hotel Negresco in Nice en stopte haar dochter met een bediende in een familiepension. Het kind hinderde haar. Die moeder heeft model gestaan voor de snobistische nouvelle-riche in de novelle 'Le bal'. De vrouw wil een bal organiseren om zich in te likken bij de beau monde. Haar 14-jarige dochter wil ze daar van weghouden. Die dochter krijgt de te versturen uitnodigingen in handen, zegt ze te zullen bezorgen, maar werpt ze in de Seine, zodat er niemand komt opdagen wanneer het overvloedig voorbereide feest moet plaatsvinden. Grandioos is het slot. Wanneer de haatbare moeder wanhopig beseft dat haar geplande succes-avond de mist in gaat, krijgt de dochter medelijden en is haar tot troost Wie gedacht zou hebben dat het verhaal niet meer is dan een soort zwart-wit pamflet, bemerkt dan dat Némirovsky tot rijke schakeringen van grijstinten in staat is. Ze is een fijnzinnig psychologe en laat de rijkdom aan mogelijkheden zien van het menselijk gevoel.

'Suite française' is Némirovsky's meesterwerk. Ik heb de verrukkelijke ervaring gehad van een onverwachte ontdekking, toen ik het boek las. De wereldliteratuur heeft zijn klassieke schatten in petto voor een heel lezersleven. Maar zo'n plotseling cadeau is een lot uit de loterij.

Het boek omvat twee delen. Némirovsky had het plan voor vijf delen in haar hoofd, maar heeft geen tijd toegemeten gekregen voor de laatste drie. Het eerste deel, 'Tempête en juin', beschrijft scènes tijdens de zogenaamde 'exodus', de uittocht die Franse burgers in juni 1940 massaal ondernamen in de illusie dat ze aan het oorlogsgeweld en aan de oprukkende Duitse troepen zouden kunnen ontkomen. Historisch gezien misschien niet bijster belangwekkend, maar wel zeer interessant als sociaalpsychologische context. Een context die weinig fraais laat zien als het gaat om het onderling gedrag van mensen die zich in doodsnood voelen en tegelijk vrij van anders geldende normen. Céline heeft dat ordeloos gedrang beschreven in 'Guignol's band', met veel onomatopeeën, als 'wrroub, braoum, vraap', om de 'muziek van het grote bloedvergieten' weer te geven.

Némirovsky heeft meer te bieden. Qua inhoud èn qua vorm. Ze volgt gevarieerde groepen van mensen, rijken en armen, jong en oud, in de lange file van vluchtenden, mensen die het masker laten vallen waarachter in vredestijd hun egoïsme en lafheid verborgen bleef. De evocaties zijn schrijnend, ontluisterend, maar bieden ook veel komisch. Het panorama in zijn geheel roept het eeuwige Frankrijk op, met zijn cultuur van de goede maaltijd en duidelijke sociale structurering. En tegelijk ook een verdwenen werkelijkheid, het Frankrijk van ooit, met welgestelden en hun personeel dat ze zonder enige gêne uitbuiten en koeioneren konden, het geweten sussend met liefdadigheid. We maken bijvoorbeeld kennis met een pastoor aan wie een groep minderjarige marginalen wordt toevertrouwd. Het zijn kinderen die men in een charitatieve inrichting met strenge hand en bigotte praatjes tot braafheid probeert te brengen. De goede man neemt zijn boefjes mee in de grote stroom vluchtenden. Ze profiteren van de gelegenheid om te plunderen. Wanneer de pastoor het verhinderen wil, wordt hij door de lieverdjes geslagen, getrapt en gestenigd tot de dood er op volgt, in de modder van een vijver.

Het tweede deel heet 'Dolce' en beschrijft het leven in een Frans provincieplaatsje, waar Duitse militaire bezetters zich hebben geïnstalleerd. De plaatselijke bevolking moet wennen aan de onbekende situatie, vooral een wijze van omgang weten te vinden met de bezetters. Némirovsky heeft dit gekend uit eigen waarneming, want vanaf het begin van de bezetting tot aan haar arrestatie heeft ze vertoefd in Issy-l'Evêque, ergens tussen Parijs en Lyon. Ze beschrijft feilloos de geleidelijke, aarzelende aanpassing van de plaatselijke Fransen, met alle mogelijke individuele varianten van zachte collaboratie tot totale afwijzing van contact.

Ze heeft ook oog voor het gedrag van de jonge Duitse militairen, die correct willen blijven in een onwennige situatie, in dat vreemde land waar alle macht hen in de schoot is gevallen. Wanneer een in het huis van een jonge vrouw van wie de echtgenoot in gevangenschap is geraakt een Duitse officier wordt ingekwartierd, ontstaat, onder het strenge oog van de schoonmoeder, een genegenheid en verlangen. De omstandigheden dwingen tot een tragische beheersing. Sentimentele histoire d'amour? Niet zoals Némirovsky het ons vertelt, met een intense empathie. Het genereuze inlevingsvermogen dat ze in deze evocaties toont heeft mij zeer ontroerd.

Aan die ontroering draagt bij de toevoeging van gevoerde correspondentie tussen 1936 en 1945. Correspondentie van Némirovsky met haar uitgever Albin Michel. En brieven van de wanhopige Michel Epstein, echtgenoot van Irène, aan ijskoude autoriteiten die hij, onwetend van Hitlers uitroeiingsproject, nog op allerlei wijzen probeert te vermurwen om de beminde vrouw vrij te laten. Michel zal vier maanden later worden opgepakt, gedeporteerd en vergast. Misschien is de navrantse brief nog wel die welke een Nederlandse journaliste in alle onschuld op 24 december 1945 via Albin Michel aan Némirovsky schrijft om met haar in contact te treden over een eventuele vertaling van een van haar romans. De uitgever moet antwoorden: 'Sinds haar arrestatie heeft niemand bericht over haar ontvangen.'

Uitgeverij De Geus publiceerde een Nederlandse vertaling van 'Suite française' onder de titel 'Storm in juni'.