Wijsheid van Jozef Deleu
De inkt was nog niet droog, figuurlijk gesproken. Ik had het gehad over de Vlaamse dichter Rodenbach, geboren in Roeselare. De afbeelding van zijn standbeeld is hieronder te zien. Wat bracht enkele uren later de postbode, die zwaar torsend voor de deur stond? Twee dikke pillen (boeken dus), van een andere in Roeselare geboren dichter. Ditmaal: Jozef Deleu.
Gaf Rodenbach met zijn 'Vliegt de blauwvoet? Storm op zee' een impuls aan de taalstrijd van de Vlamingen in de negentiende eeuw, Jozef Deleu staat een levenlang op de bres voor het Nederlands, de taal van Vlamingen èn Nederlanders, in de twintigste eeuw. En in de éénentwintigste, want hij is, na vele, vele jaren, aan rusten op de lauweren niet toe.
Jozef Deleu is verwekker en bouwer. Hij schreef romans, poëzie, beschouwingen over taalpolitiek. Hij creëerde de voorbeeldige tijdschriften 'Ons Erfdeel' en 'Septentrion', inspirerend en levendig encyclopedisch. Hij bracht ze groot, als hoofdredacteur, jarenlang.
Zijn verdienste is erkend. Hij is ere-doctor geworden aan de Universiteit van Gent; ik heb er nog lijfelijk getuige van mogen wezen. Hij heeft, zoals ik heb mogen lezen, tafelend aangezeten met koning Albert en een toespraak gehouden waarbij hij zich richtte tot koningin Beatrix.
En nu, per post, krijg ik zijn pasverschenen boek (bij Van Halewyck in Leuven en Meulenhoff in Amsterdam), getiteld 'Het gaat voorbij'. Een verzamelbundel uit zijn geschriften, samengesteld en uitgeleid door prof.Dirk de Geest.
Jozef is een Prins van de Geest. Wat dat betreft is de naam van zijn selectionneur goed gekozen. Het boek nodigt uit om te herkennen en te ontdekken. Van alles is er in te vinden. Ik noem zijn ontmoeting met Marguerite Yourcenar, die hem ooit uitnodigde voor een ontmoeting in Amsterdam. Zij zijn immers praktisch streekgenoten. Marguerite heeft het over haar 'pays d'origine', het meest westelijke Vlaanderen, waar, zoals Deleu zegt, 'de Frans-Belgische staatsgrens er tot op vandaag de dag niet in is geslaagd de natuurlijke eenheid van de streek te verbreken'.
Dat is deze man ten voeten uit: groot promotor van het Nederlands, verankerd in de taal en cultuur van zijn geboortestreek, maar zonder nijdige noch benepen vechtlust tegen de taal en cultuur van zijn naaste, anderstalige buren. Hij citeert in zijn wijsheid, met trots en sympathie, wat Yourcenar zegt over Vlaanderen: 'Hoewel ik Française ben, en de Franse taal mij van kindsbeen af vertrouwd is en het instrument van mijn schrijverschap, kan ik mezelf niet voorstellen zonder Vlaanderen, zonder de streek waar ik voor het eerst in mijn bestaan werd geconfronteerd met de zuiverheid en kracht van de grote dingen: het water, de lucht en de aarde. Vlaanderen is de verwondering in mijn leven, het emotionele fundament.'
En die andere dikke pil, die de post mij bracht? Ruim vier honderd bladzijden poëzie! Het nieuwste nummer van 'Het liegend konijn', tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Ook uitgegeven door Van Halewyck en Meulenhoff. Onder redactie van wie? Van de oprichter: Jozef Deleu.
Zou er in Roeselare nog plaats zijn voor een standbeeld, ook voor hem? Of is het er al? Ik moet wellicht aldaar eens ter verkenning gaan.
