Skip to Content

Inzicht

Inzicht

In het jaar 1953 werd ik leraar Frans aan de Tweede Driejarige HBS, gevestigd in de Zocherstraat te Amsterdam. Het was een Dalton-school, wat betekent dat de leerlingen behalve klassikale lessen ook uren beschikbaar kregen om te werken aan een van de door de leraren opgelegde taken. Ik heb ze twee keer als taak opgegeven het uit het hoofd leren van een fabel van La Fontaine (1621-1695). Eerst La cigale et la fourmi. Later ook nog Le corbeau et le renard.

Zo'n veertien dagen lang kwamen beurtelings al mijn tweedeklassers, terwijl anderen achter hun rug - tong uit de mond - boven hun schriften andere leerarbeid verrichtten, bij mijn tafeltje. Ze rechtten de rug, keken me trouwhartig aan en begonnen hun performance. Ik, van mijn kant, trok een ernstig gezicht en luisterde aandachtig hoe zij hun voordracht hielden.

Eerlijk gezegd: dat waren verrukkelijke momenten. Ze kwamen me voor de geest toen ik onlangs in een Nederlandse kwaliteitskrant een zin tegen kwam die was geproduceerd door een geoefend nierenproefster van Citotoetsmakers. Ze toetste een toets en schreef over een van de vragen: 'Hier wil het Cito kennelijk niets anders dan het herkauwen van het leerboek.' De schrijfster liet weten: we moeten inzicht verlangen en weetjes verfoeien.

'Toch scoren met weetjes, in plaats van met inzicht.' Dat was de kop die er boven de kwaliteits-aanklacht geplaatst was. Ik gruw als ik het lees. Alleen al de denigrerende connotatie van het woord 'weetjes' maakt me boos en treurig. Inzicht? Is dat niet iets voor later, nadat we ons eerst kennis hebben eigen gemaakt? Dank zij de toewijding van verstandige ouderen, die over kennis beschikken welke ze bereid zijn over te dragen.

I have a dream, ik ook. Dat alle kinderen, overal ter wereld, die twee fabels van La Fontaine uit hun hoofd moeten leren. Er in stampen, elke regel een weetje. In het Frans, jawel. Om te horen hoe mooi de taal is. Om te genieten van rijm en ritme. Om te lachen over de levensles die La Fontaine in zijn fabels gestopt heeft. Om hun brein te oefenen, hun sensibiliteit een kans te geven. En om over de inhoud samen eens te babbelen.

Ik deed het met mijn leerlingen tijdens een klassikale les. Hoewel het woord 'interactief' nog moest worden uitgevonden, vroeg ik ze toch maar eens 'Qui est plus sympathique? La cigale ou la fourmi?' Overweldigende meerderheid voor de zorgeloze krekel. Die strenge mier vonden ze een krentezak.

Tot mijn verbazing kwam er toen beleefd protest van een groepje Duitse collega's. Die woonden de les achter in de klas bij; ze waren op bezoek op onze school om eens te bekijken hoe wij in Amsterdam het nou deden. Een sympathiek streven van sympathieke docenten. Maar dat die klaploper van een krekel die een ijverige mier lastig viel, dat vonden ze toch te gek. Er viel een Duitse zin tijdens een Franse les. Een zin die ik mijn leven lang niet vergeet. 'Das ist doch langweilig, für die Ameise.' Tja, het is waar: voor de mier is dat gezeur van de krekel irritant.

Zo kun je er ook over denken, dacht ik toen ik het hoorde. Ik was altijd onbekommerd op de hand van de krekel geweest. Maar, warempel, daar kwam ik ineens toch tot inzicht.

Voor alle zekerheid geef ik hier nog even de tekst van de fabel in kwestie. Opdat mijn lezer oordele. En zichzelf misschien een leeropdracht geeft. Een weetje is ook nooit weg.

LA CIGALE ET LA FOURMI

La cigale, ayant chanté
tout l'été,
se trouva fort dépourvue
quand la bise fut venue:
pas un seul petit morceau
de mouche ou de vermisseau.
Elle alla crier famine
chez la fourmi, sa voisine,
la priant de lui prêter
quelque grain, pour subsister
jusqu'à la saison nouvelle.
'Je vous paierai,' lui dit-elle,
avant l'oût, foi d'animal,
intérêt et principal.'
La fourmi n'est pas prêteuse,
c'est là son moindre défaut.
'Que faisiez-vous au temps chaud?'
dit-elle à cette emprunteuse.
'Nuit et jour à tout venant
je chantais, ne vous déplaise.'
'Vous chantiez? J'en suis fort aise.
Eh bien! dansez maintenant.'

Let op de afbeelding hierboven. De krekel en de mier hebben op een postzegel van San Marino gestaan. Is een beter eerbewijs aan La Fontaine denkbaar?