Skip to Content

Geschiedenisles

Geschiedenisles

Kunnen we lessen trekken uit de geschiedenis? Welzeker. Neem Lodewijk de Veertiende, van Frankrijk. De Zonnekoning. We kunnen hem als een zinnebeeld beschouwen. Wie zijn paleis ziet in Versailles met de overweldigend mooie tuinen en fonteinen, beseft dat doelbewust leiderschap pracht en praal genereren kan.

Bezoekers nu kunnen zich er vermeien. Anders dan de edelen in de zeventiende eeuw aan het hof verbleven en deel hadden aan georganiseerde balletten en andee feestelijkheden. De bezoekers van nu en de bezoekers van toen beseffen de symbolische waarde van wat Lodewijk tijdens zijn leen en daarna representeerde.

Geschiedenis kan meer doen. Een historicus kan in archieven duiken en zijn aandacht op bepaalde aspecten richten. Franse historici hebben de gezondheidsproblemen van de zonnekoning bestudeerd, aan de hand van bestudeerd wat artsen daarover hebben genoteerd. Het volgende blijkt.

Op z'n negende kreeg Lodewijk pokken. Op z'n vijftiende knobbeljes op de borst. Gonorroe op zijn zeventiende. Dysentrie: 22. Mazelen: 24. Anale fistel: 47. Malaria: 48. Na zijn vijftigste: aanvallen van jicht, reumatiek, niersteenkoliek. Bovendien regelmatig migraine, indigestie en huidaandoeningen. Dat betekende een leven vol medicatie: pleisters, zalven, klisteerspuiten, diverse middelen om de stoelgang te bevorderen.

De gezondheidsverstoringen vloeiden ongetwijfeld ook voort uit de minder adequate eetpraktijken van de koning. Een dame aan het hof heeft geconstateerd dat Lodewijk tijdens een maaltijd waarvan zij getuige was het volgende naar binnen werkte: vier borden soep, een fazant, een patrijs, een salade, twee plakken ham, schapenvlees met jus en knoflook, taartjes en vruchten toe. En tot slot enige hardgekookte eieren.

Veel. Te veel. Veel te veel. Waarom? Hij had een lintworm, Lodewijk.

Zo'n geschiedenisles doet me opnieuw denken aan de woorden van Goethe: Alles Vergängliche ist nur ein Gleichnis. Vergankelijk was hij, Lodewijk. Toen hij stierf sprak hij: Jullie dachten toch niet dat ik onsterfelijk was?

De gelijkenis? De meforische portée van Lodewijks ongezondheid? Staat de zonnekoning misschien model voor de rijke westelijke wereld onzer dagen? De wereld van het veel te veel, de indigestie, de onnodige ziektes? En die lintworm? Is dat wellicht de ongebreidelde, excessieve, onbarmhartige westelijke vraatzucht?