Schaamte waarom?
Waarom schaamt men zich? De vraag houdt me bezig nu ik de recent verschenen roman van Doeschka Meijsing heb gelezen. Titel: Over de liefde. Een prachtboek, waarover ik het nog hebben wil. Maar nu eerst over de schaamte.
Louise-Françoise de La Beaume-Le Blanc was van eenvoudige adel uit de buurt van Vouvray, waar ze een wijn verbouwen waar ik op val, maar dit tussen haakjes. Zeventien was ze, in 1661, toen haar de eer te beurt viel om 'fille d'honneur' te worden bij Madame. Aldus werd in die dagen de schoonzuster van de koning aangeduid.
Kort na de aanstelling kreeg de koning, Lodewijk de Veertiende, haar te zien. Hij was toen veertig. Hij viel op het meisje. Naar gezegd door haar bescheiden en gracieuze gedrag. En haar blonde haar. Lodewijk was een jaar tevoren wel getrouwd met Maria-Theresa van Spanje, maar dat verhinderde niet dat hij Louise-Françoise tot zijn officiële maîtresse benoemde.
Het meisje schonk hem vijf kinderen, waarvan er drie kort na de geboorte stierven. De twee die bleven leven werden door de koning erkend en kregen adellijke titels.
Louise-Françoise zelf werd benoemd tot hertogin. Hoger is er niet, bij de adel. Vanaf dat moment heette ze Madame de La Vallière. Het was in 1667. In dat jaar begon Lodewijk zich te interesseren, zoals dat heet, voor Madame de Montespan. De beide dames deelden de gunst des konings tot Louise-Françoise zich terugtrok in het Karmelietenklooster in de rue Saint-Jacques te Parijs. Ze koos de naam Louise de la Miséricorde.
Ik heb al dit wetenswaardigs gelezen in een boekje gekocht in het stadje Grignan. Daar staat het kasteel dat bewoond werd door Madame de Sévigné, de talentvolle brievenschrijfster. Vlak naast dat kasteel heb ik ook een van de lekkerste ijsjes van mijn leven geconsumeerd, smaak 'verveine' (dat is ijzerkruid), maar ook dat tussen haakjes. Door de brieven van Madame de Sévigné weten we veel over het leven van de geprivilegieerden van haar tijd.
Wanneer ze in Parijs was, ging Madame de Sévigné af en toe op bezoek bij Louise de la Miséricorde in haar Karmelietenklooster. Ze heeft het over de voormalige maîtresse van de zonnekoning als 'dat viooltje dat zich onder het gras verstopte en dat zich schaamde dat ze maîtresse was, moeder en hertogin.'
'Cette petite violette qui se cachait sous l'herbe, et qui était honteuse d'être maîtresse, d'être mère, d'être duchesse'. Een viooltje, van wie we leren dat je je kunt schamen voor wat anderen wellicht beschouwen als een hele eer.
