Ochtendvriend
Hij is, in deze winterdagen, wat onregelmatig met zijn ochtendzang, de merel in de tuin. Echt zingen kan ik het ook niet noemen. Het is meer een brr-geluid van iemand die het nog maar koud vindt bij het ontwaken. Misschien schrikt hij van een passerende poes, dat zou kunnen. Ik neig ertoe om te veronderstellen dat hij lucht geeft aan ongenoegen over de noodzaak om de dag te beginnen.
Het beginnnende daglicht sommeert hem om zijn kneuterige dommel in de zijnswijze van het niet-zijn te verlaten en zijn partij te gaan meeblazen in het domein van het zijnde. Logisch dat je dan even brr laat horen.
Straks, nog even, wanneer het voorjaar daar zal zijn, geeft hij mooiere riedels weg. In april bijvoorbeeld kan ik de klok er op gelijk zetten: daar klinkt hij, het is kwart voor zes. Een nieuwe dag begint. We zijn allebei tevreden, hij en ik. Ik vooral, want ik kan me nog even omdraaien.
