Skip to Content

Nathalie Sarraute over haar kinderjaren

Nathalie Sarraute over haar kinderjaren

Nathalie Sarraute heb ik één keer in mijn leven ontmoet. Ze hield een lezing aan het Frans Instituut in Utrecht, waar ik werkte en na afloop hebben we samen gegeten. Wat een schat van een vrouw.

Ze heeft haar jeugdjaren bescheven in een zeer leesbaar boek. Dat kan niet van al haar boeken worden gezegd, maar met 'Enfance' heeft ze het helemaal goed gemaakt, vind ik.

Heel jong nog woont ze in Rusland. Uit die prille beginjaren is haar een zinnetje van haar moeder bijgebleven. Ze hoorde die tegen iemand zeggen: 'Als je toch bedenkt dat ik de hele tijd op Natasja heb gepast en dat niemand op het idee is gekomen om me af te lossen.'

Het feit dat de volwassen Natasja zich dat zinnetje uit haar prilste kleutertijd nog herinnert bewijst dit: dat ze begrepen heeft dat haar moeder dat 'oppassen' als een corvee heeft ervaren.

De vader van het meisje vertrekt naar Parijs, naar een andere vrouw, zijn minnares, Véra. Véra krijgt van Nathalies vader een baby. Aan de boreling en bijbehorend kindermeisje moet Nathalie haar kamertje afstaan. Een bediende moet voor de verhuizing zorgen en Nathalie hoort die zeggen, vol medelijden: 'Wat is dat toch vreselijk voor een kind om geen moeder te hebben'

Uit Véra's mond krijgt het meisje te horen: 'Ze hebben je gedumpt.' En ook: 'Dit is je huis niet.' Niettemin vraagt het kind aan de stiefmoederlijke Véra of ze deze met 'Maman' mag aanspreken. Antwoord: 'Als je echte moeder het goed vindt.' De kwestie wordt aan de biologische moeder in Petersburg voorgelegd. Deze vindt het niet goed. De kleine Nathalie zal niemand hebben om 'Maman' tegen te zeggen.

Dit boek maakt glashelder, spijkerhard, duidelijk wat volwassenen een kind kunnen aandoen. Met daden. Met woorden.