Nico Scheepmaker, dichter
Nico Scheepmaker(1930-1990) verwierf tijdens zijn leven zijn BN-status vooral als supercolumnist. Terecht. Ik heb mensen gekend, niet de eerste de besten, die hem elke dag lazen, vaak vooral vanwege de humor waarmee hij zijn teksten kruidde.
Die trouwe lezers beschouwden hem als een vriend van wie ze de belevenissen wilden kennen. Nico had trouwens een groot talent voor vriendschap.
Ik kan daarover meepraten, omdat ik zijn vriend geworden ben, vanaf het moment, in 1950, dat we samen als dienstplichtig soldaat met andere taalbekwame jongelingen werden samengeveegd in de voormalige Oranje Nassau Kazerne te Harderwijk bij de School Militaire Inlichtingendienst. Waar we onderwijs kregen in de Russische taal teneinde ooit, als het nodig mocht blijken bij een militair treffen, gevangen vijanden te kunnen ondervragen. Gelukkig is de toen kersvers uitgebroken koude oorlog nooit in een warmere fase geraakt.
De onderwerpen van zijn columns en meer omvangrijke prozawerken liepen van het eten van een tom pouce tot het lot van schrijvers in Stalins Goelagarchipel. Hij vertelde over gebeurtenissen in zijn leven, op straat in Amserdam, in zijn gezin in Broek in Waterland. Over zijn lectuur. Hij vertaalde, Pasternak bijvoorbeeld. Hij analyseerde verschijnselen, ook weinig belangrijke, althans ogenschijnlijk. Oplettend en scherpzinnig als hij was, wist hij ze te ontdoen van hun onbeduidendheid.
Maar hij heeft zijn plaats verdiend in het pantheon van de Nederlandse poëzie. Was hij een dichter van light verse? Hij werd zo wel aangeduid en hij vond het best. Omdat hij een bescheiden mens was. En ook omdat hij dat 'light' niet als een diskwalificatie beschouwde.
Hij schreef traditioneel georganiseerde poëzie, met vaste vorm en rijm. Begrijpelijke poëzie. Dat is ook wel eens heerlijk om mee te maken. In zijn gedichten spreekt hij zijn levensvisie uit. Hij toont er zich een nazaat van Erasmus, een doorgewinterde humanist. Tolerant, met een rationeel gefundeerde moraliteit. Een 'honnête homme'. Een man ook van de nabije werkelijkheid waarin hij zich geworpen weet, en waar hij zijn plaats inneemt, in dankbaarheid.
Drie voorbeelden. In het sonnet 'Taalbloem' leert hij, via zijn ritmische discipline, de oplettende lezer en passant waar het accent ligt in de naam Nabókov.
Lyriek
Ik ben geen lyrisch dichter die zich mengt
in het bestaan van heuvels en cypressen
of in een verre horizon die wenkt,
want dat is niet mijn eerste interesse.
Ik zie ze heus wel, als ik in Toscane
op weg ben naar Siena voor een krant:
die rijzige cypressen langs de lanen
die voeren naar een streng en statig pand,
en als ik dan opeens twee salamanders
al remmend voor mijn autobanden zie,
dan voel ik mij beslist een beetje anders
dan rijdend op het Weteringcircuit.
Maar toch is dàt voor mij het randgebeuren,
en dít de harde kern van mijn bestaan:
wie zal men nu weer het gevang in sleuren,
en hoe zou het vandaag met Ajax gaan?
Taalbloem
Ik doe het licht aan, sluit de wereld uit,
die buiten in het donker ligt te zinnen
op 'n onverhoedse aanval op hier binnen,
waar ik beschermend de gordijnen sluit.
Alle contact met buiten is verbroken,
inplaats van kranten met hun zacht kabaal
pak ik een boek, dat overvloeit van taal:
want taal, daar blijf je buiten van verstoken.
Er zijn wel woorden, als reclametekst,
die door een maffe blijdschap zijn behekst,
en uiteraard hoor je ook mensen spreken,
en praat je zelf, om een gesprek te kweken,
maar pas als ik Nabokov zit te lezen
voel ik dat ik een uur mijzelf kan wezen.
Een blijvertje
Het feit dat ik in Holland ben geboren,
en bovendien precies in Amsterdam,
bewijst toch wel dat ik ben uitverkoren:
ik kreeg de hamvaag en ik won de ham.
Een ander wordt geboren in Vietnam
of raakt bij voorbaat in Algiers verloren,
maar ik, die zo terloops ter wereld kwam,
mag rustig tot de blijvertjes behoren.
En ook het tijdstip was perfect gekozen:
te jong voor crisis, oorlog en verzet.
Wat dat betret zat ik dus ook op rozen,
want niemand gaf mij later een brevet
van onvermogen in het goede of boze.
Mijn leven is een aangenaam verpozen,
een ander krijgt de schillen en de dozen.
