Capote
Twee keer heb ik hem gezien, Capote, de film. Gemaakt door regisseur Bennett Miller. Hem moeten we de verdienste gunnen om dat meesterwerk te hebben gemaakt. Maar hij had het geluk om iemand te vinden voor de rol van Truman Capote, Philip Seymour Hoffman, die de hoofdrol dermate geloofwaardig en indringend speelt dat de toeschouwer er niet aan ontkomt om te denken: ja zó moet Capote, de niet-fictieve Capote, inderdaad geweest zijn, in zijn uiterlijke verschijning, in zijn handelen, in zijn motieven.
De film zet Capote neer als een decadente, nietsontziende hufter. Een groot schrijver, erkend als zodanig. Iemand die àlles maar dan ook àlles ondergeschikt maakt aan zijn doel: een bestseller te schrijven, een boek dat daarbij de pretentie meekrijgt om een literaire vernieuwing te in te luiden.
Voordat ik de film voor de tweede keer ging zien, heb ik ook de roman 'In cold blood' voor een tweede keer gelezen, want de film gaat uitsluitend over Capote's bezigzijn met het schrijven van dàt werk. Wat is het goed om boeken die de moeite waard zijn na jaren te herlezen; je ontdekt altijd veel en veel meer.
De film laat zien wat een schrijver er aan immoreel handelen voor over kan hebben om een boek te maken naar aanleiding van een reëel fait divers. Dat is de thematiek van de film. De film gaat over een mens, een man die schrijver is.
Het boek laat veel meer zien van de maatschappelijke context waarin het gebeurde, de gruwelijke moord op vier mensen, zich afspeelt, in de agrarische wereld van de staat Kansas. Het schildert een stuk van het Amerikaanse territorium en de sociaal-psychologische, economische en vooral ook mentale specificiteit ervan.
Mij frappeerde plotseling dat Capote het boek een motto van François Villon had meegegeven. Namelijk het begin van diens ballade die men de Ballade des Pendus is gaan noemen.
Frères humains, qui après nous vivez,
N'ayez les coeurs contre nous endurcis,
Car, si pitié de nous pauvres avez,
Dieu en aura plus tôt de vous merci.
Mensenbroeders die na ons leeft,
Verhardt je hart niet tegen ons,
Want, als je meelij hebt met ons, arme drommels,
Zal God ook eerder met jullie meelij tonen.
Het kan lijken dat Capote met deze tekstkeuze mededogen toont jegens twee mannen die zijn opgehangen. De een doodde vier mensen, vader, moeder, zoon en dochter, om een handvol dollars door ze in het gezicht te schieten. De ander was zijn handlanger. Maar de film doet ons begrijpen dat Capote's daden deze gedachte weerspreken. Als de film de werkelijkheid weergeeft, heeft hij de moordenaars voorgespiegeld dat hij ze zou helpen bij het verkrijgen van clementie. Teneinde een bekentenis over de toedracht van de slachtpartij te verkrijgen. Capote heeft geen vinger uitgestoken voor gratieverlening. Hij had er baat bij dat de killers werden opgehangen; dan kon de afronding van zijn roman worden gerealiseerd.
Ik bedenk daarbij nog dat je ten tijde van Villon, en daarna, voor minder naar de galg ging. Het lichaam dat professor Tulp ten dienste staat bij zijn Anatomische Les, op het schilderij van Rembrandt, gemaakt een eeuw na de regels van Villon, was dat van iemand die dezelfde ochtend ten dienste van de medische wetenschap levenloos van de galg in Amsterdam-Noord was gehaald. Historici hebben uitgevonden wie die man was en wat hij had gedaan. Hij had een mantel gestolen.
Capote's motto is een teken. Van bedriegelijkheid. In het gunstigste geval: van een kwaad geweten.
