Grossman 5: een oprechte communist

Het tweede hoofdstuk brengt ons binnen in het kamp. Een personage wordt gepresenteerd, in de eerste zin.
'In het Duitse kamp kreeg Michael Sidorovitsj Mostovskoj, voor het eerst sinds het tweede kongres van de Komintern de kans om zijn talenkennis echt te gebruiken.'
Wat een zin vol betekenis. Alleen al dat die bijeenkomst van communisten, nog samen met sociaal-democraten, aan het einde van de negentiende eeuw aangeduid wordt als een congres van de Komintern. Strikt historisch is de benaming onjuist. Het was het congres van de Tweede Internationale. Van de Socialistische Arbeiders Internationale. Grossmans onpreciesheid laat, geloof ik zien, dat hij een roman wil schrijven, geen geschiedkundig proefschrift. Het gaat hem om essenties, niet om futiliteit. Hij neemt zijn vrijheid waar hij het nodig vindt.
Het gaat er om dat deze Mostovskoj een 'oude communist' is, eentje van de oude stempel, eentje die zijn rotsvaste geloof niet heeft afgedankt. Niet een die je als kameraad Mostovskoj zou introduceren, maar met zijn voornaam, vadersnaam en achternaam, zoals beschaafde Russen, die respect willen tonen, sinds mensenheugnis doen.
Mostovskoj is door de Duitsers gevangen genomen toen ze Stalingrad binnen waren gedrongen. Hij is in het achterland gevangen gezet, vooral opdat de Gestapo hem kan ondervragen en misschien van zijn verdere medewerking gebruik kan maken. Het zal niet lukken, zullen we verderop in het boek leren; integendeel, Michael Sidorovitsj zal binnen het kamp verzet organiseren met communistische medegevangenen. Zonder enig succes overigens.
Moskovskojs aanwezigheid in het tweede hoofdstuk heeft vooral een verteltechnisch nut. Bij zijn presentatie hoort allereerst ook de blik die hij richt op het kamp, de mensen daarin, de organisatie ervan. Hij is een ideale, want intelligente, focalisator. Maar laten we ons niet vergissen, de schrijver zelf behoudt zijn voorrecht van alwetende: hij signaleert wat het nieuwe, het duivels-nieuwe was van de concentratiekampen van de nazi's. Ze sloten hudje bij mudje politieke tegenstanders, Duitsers die Duitsland hadden verlaten, zogenaamde saboteurs, krijgsgevangen, gewone misdadigers, allerlei nationaliteiten, bij elkaar op, gebruikten ze als arbeidsslaven of bestemden ze voor uitroeiing. Alles bijeen. Het was allemaal heel slim georganiseerd.
De lezer beleeft mee hoe de oude gelovige communist dit allemaal beziet en beoordeelt.
'Je zou denken dat er voor het bewind over die enorme menigt onderdrukten een eveneens enorm miljoenenleger van opzichters en bewakers nodig zou zijn. Maar dat was niet zo. Er konden weken voorbij gaan zonder dat er een ss-uniform in de barakken verscheen. De gevangenen zelf hadden de politiebewaking binnen de kampsteden op zich genomen.'
'De kapo's en de Blockälteste voerden uit wat hun bevolen werd, zuchtend en soms zelfs huilend om de mensen die naar de crematoria werden afgevoerd. Maar hun dubbele rol had zijn grenzen: ze zetten nooit hun eigen naam op de selectielijsten. Wat Mostovskoj nog het luguberste vond was dat het nationaal-socialisme in het kamp niet de gedaante aannam van een hooghartige aristocraat met een monocle, volstrekt vreemd aan het volk. Het nationaal-socialisme leefde op zijn gemak in de kampen, het was deel van het gewone volk, het maakte volkse grappen waar om werd gelachen, het was een plebejer zonder kapsones en het was uitstekend bekend met de taal, de ziel en de geest van de mensen die het van hun vrijheid beroofde.'
<
