Skip to Content

Amsterdams

Amsterdams

Als ik iets ben, dan ben ik een Amsterdammer. Dat valt heus niet mee. Op de leeftijd die ik ondertussen heb bereikt, kom ik daar steeds steviger achter. Want een Amsterdammer is aan zijn status als Amsterdammer verplicht om niet op zijn mondje gevallen te zijn.

Ik kon het weer goed beseffen toen ik onlangs even in het zeer Amsterdamse café De Brakke, aan de Rozengracht, verbleef.

Dat kwam zo. Ik verliet het huis. Smeet de deur achter me dicht. Nog geen seconde later bedacht ik: verrèk, ik heb de huissleutel binnen laten liggen.

Ik bel bij de buurvrouw, die een sleutel van het huis heeft. Ze was niet thuis. Ik bel mijn zoon, die ook een sleutel heeft. Hij was bezig, ver weg in Noord, waarover wij vroeger thuis spraken als Doverkantvantij.

Hij adviseerde mij om in een café een glas wijn te gaan drinken en rustig af te wachten tot hij daar met de sleutel verschijnen zou. Hij heeft een goed karakter, dat bleek ten overvloede, eens te meer.

Zo gezegd zo gedaan. Ik zat daar en las de Telegraaf, wat me niet dagelijks overkomt. Toen ik die uit had, hetgeen niet veel tijd vraagt, had ik tijd om wat mee te luisteren met de heren aan de toog. Er kwam iemand binnen. De waard riep hem toe: 'Zo? Klaar met niet-werken?'

En toen besefte ik het weer met volle teug: in Amsterdam moet alles met een geintje. Je haalt je geintje tevoorschijn als een aas uit de kaarten die je in je hand hebt. Wat niet meevalt is dit: je moet je weten te verzetten tegen de psychologische dreiging om je superieur te voelen boven degenen die over zulke troeven niet beschikken (buitenlui, die als boeren worden aangeduid).

De zelfingenomenheid van de Amsterdammer is een pars pro toto voor de in ons gidsland heersende zelfingenomenheid.

Brr.

De afbeelding toont het logo van Café De Brakke. Let op: geintje.