Het Geitenweitje

Nu de geitjes, geboren of ongeboren, in het nieuws zijn vanwege de q-koorts en het bijpassend ruimen, komt het bij me op om een ooit door iedere Nederlander gekend en bemind gedichtje van Jacqueline van der Waals hier toch weer eens te reproduceren.
HET GEITENWEITJE
Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje
Bij de grote geit.
Geiteke, wat moet je
Met je fijne snoetje,
Dat zo klaaglijk schreit?
Met je bleke bekje.
Geiteke wat rek je,
Trek je aan het touw?
Snuffende aan mijn mouwen...
Met je lief vertrouwen
In zo'n vreemde vrouw!
In mijn handen stop je
Nu je jonge kopje:
Zeg, wat moet ik doen?...
Op het geitenweitje
Staat het kleine geitje
Als een wittigheidje
In het prille groen.
Niet alleen een staaltje van bijna-poésie-pure, maar ook een evocatie van gelukkiger dagen, in ieder geval voor de geitjes.
Geitenweitje... bestaat het nog? En het lief vertrouwen, hoe zou het daarmee zijn?
Ach, de vooruitgang. 'Je houdt het niet tegen, jongen.' Aldus ooit mijn goede vader. Hij wist niet hoe profetisch hij sprak.
