Tacitus in de Rue Boulard

Wanneer ik rondwandel in mijn favoriete Parijse straat, de Rue Daguerre in het veertiende arondissement, sla ik zo nu en dan een zijstraat in, de Rue Boulard, en kijk oppervlakkig in de bak met oude boeken die daar elke ochtend, wanneer het niet regent, door de boekverkoper wordt buitengezet.
Waarom eigenlijk? Omdat ik houd van boeken, van de mensen die ermee omgaan (goed volk) en omdat ik vertrouw op mijn goede gesternte, namelijk dat mijn oog zal vallen op een boekje waarvan ik denk 'ja, dat moet ik toch eens lezen'. Voor een prikkie. Voor een must, niet tweedehands, ga ik naar Gibert Jeune aan de Boulevard Saint-Michel. Dat is voor mij een paradijselijke plek, vier verdiepingen vol goed vindbare boeken. Stampvol met boekhongerigen, verwante zielen, die in geconcentreerde verrukking hun boek zoeken en vinden. Een plek die mij immer het gevoel geeft: de wereld is nog niet verloren.
Maar zo'n anarchistische bak als in de Rue Boulard, met bijbehorende zachte prijsjes en een eigenaar die er uit ziet of hij straks onder een brug een slaappaats gaat zoeken, zo'n rots van een mens die overeind blijven zal tot het einde der tijden, ja zo'n bak met boeken, dat is een wildernis waar onverwachte schatten verborgen zijn. Nou ja, kunnen zijn.
Ik zag Tacitus liggen en dacht 'Vooruit, ik moeter toch eens kennis van nemen.' Zijn Annalen. Vier euro.
