Agrippina

Het probleem van Nero, na de mislukte aanslag, is dat Agrippina kan worden geacht wraak te nemen. Hoe kan ze het doen? Ze kan vertellen van het ingestorte dak en als bewijs een wond aan haar schouder tonen. Ze kan de senaat en het volk mobiliseren. Nero laat Burrus en Seneca komen voor overleg.
Tacitus laat in het midden of deze adviseurs van de keizer ingewijd waren in het moordplan. Hoe dit zij, ze raden Nero aan om planverzinner Anicetus het werk te laten afmaken. Die vertrekt naar de villa van Agrippina. Met vertrouwde mannen.
Agrippina, begrijpt wel dat het een aanslag was. Ze begrijpt ook dat, als ze wil overleven, ze moet doen alsof ze dat niet begrijpt. Thuisgekomen stuurt ze de vrijgemaakte dienaar Agerius naar Nero om die, soi-disant, gerust te stellen. De goedheid van de goden en het goede gesternte van de keizer zelf hadden haar gered van een groot gevaar. Nero zou wel bezorgd om haar zijn. Ze moest nu rust nemenen. Voor haar verwonding zorgen. En ook ook zorgen voor de nalatenschap van Acerronia.
Hier plaatst Tacitus een terzijde: 'Alleen op dàt punt huichelde ze niet.'
Agerius wordt door Nero ontvangen en begint zijn verhaal. Nero slaat de arme schlemiel met zijn zwaard in het kruis. Laat hem vastbinden, smoren en bekennen dat Agrippina haar zoon wilde doden en dat ze nu zelfmoord heeft gepleegd.
Ondertussen is Anicetus met zijn mannen het huis van Agrippina binnengedrongen. Met zijn maten Herculeius en Obaritus verschijnt hij in het appartement van Agrippina.
Agrippina: 'Kom je om te weten hoe het met me gaat? Goed.
Kom je om me te vermoorden? Dat kan toch niet van mijn zoon afkomen. Die moet onschuldig zijn, die kan toch geen moord op zijn moeder plegen.'
Herculeius geeft Agrippina een mep met zijn stok.
Obaritus trekt zijn zwaard.
Agrippina wijst op haar buik.
'Steek hier.'
Aldus gebeurt.
