Skip to Content

Een dominee op de radio

Een dominee op de radio

In de dagen dat de Tweede Wereldoorlog nog moest beginnen en toen de televisie nog niet bestond, genoten we, bij ons thuis, van de radio. Zang van Tino Rossi, van Sara Leander, en 's zondags, na de avondmaaltijd, een kwartierlang een aflevering van de hoorspelserie 'Ome Keesie'. Soms nam ook een dominee het woord. Die werd ijlings weggedraaid.

Mijn vader legde dan zijn gebruikelijke zachtmoedigheid af. Als door een adder gebeten. Hij riep: 'Zet af, die beroeps-zeikerd!'

Ik denk daar nu, vele jaren later, nog wel over na. Diezelfde man, mijn goede vader, die mij toch in april 1930 had laten dopen, gereformeerd in hersteld verband, kon het proza van een radio-dominee niet verdragen.

Er moet, in de jaren na de doop, iets gebeurd zijn dat die weerzin bij hem teweeg heeft gebracht. Maar het is nooit ter sprake gekomen. We spraken veel thuis, maar alleen over zaken die onze concrete armlengte niet teboven gingen. Over het rotweer, over de lekke band van m'n fiets, over Ome Cor en Tante Bertha, over de hutspot van gisteren, over de afgelopen wedstrijd tegen Belgiƫ en het doelpunt van Bep Bakhuys dat Han Hollander in zijn radioverslag zo mooi had beschreven. Over God en godsdienst: absolute stilte.

Dat ik toch nog enigszins bijbelvast ben geworden, heeft met diverse omstandigheden te maken. Op de lagere school werd bijbelles gegeven op vrijwillige basis. Daar schreven mijn ouders me dan toch weer wel voor in; het hoorde bij de opvoeding van een Nederlands kind, vonden ze, terecht.

En dan vooral: in de zomer van 1945 begon ik aan een verblijf van een paar maanden bij boeren in Drenthe, sindsdien en nog steeds mijn favoriete provincie.

In mei was de bevrijding gekomen. Daarna mocht ik in Drenthe gaan aansterken - ik hielp op en rond de boerderij op mijn grootsteedse manier wat bij het hooien, het oogsten en het rooien.

Deze mensen waren zwaar gereformeerd. Op zondag twee keer ter kerke en verder geen enkele activiteit die een schending van de sabbatrust zou kunnen betekenen. Langzame passen langs de gewassen om ten overvloede nog eens te kijken hoe die d'rbij stonden, dat was alles. Voor en na elke maaltijd een oprecht gebed en lange lezing uit de Schrift door de heer des huizes, elke keer verder waar we gebleven waren, geen woord overgeslagen, ook niet van de opsomming van de geslachten, wie wie tot vrouw nam, wie wie gewon en welke leeftijd werd bereikt. En uit de dagelijkse gebeden heb ik vooral overgehouden dat de Heer niet laat varen het werk van Zijn handen. Misschien komt daar mijn onuitroeibaar optimisme wel vandaan.

Wat een beste mensen waren dat, met wie we in contact waren gekomen, mijn moeder en ik, toen we op onze fietsen zonder banden uit Amsterdam waren weggetrokken gedurende de hongerwinter, in maart 1945, om ver weg nog wat te eten te vinden, rogge, aardappelen, dat ze ons gaven zonder er al ons linnengoed voor terug te vragen.

We deden er ik weet niet meer hoeveel dagen over om het weer thuis te krijgen - gammele zakken op onze bagagedragers. We overnachtten bij gastvrije boeren onderweg. Of in ter beschikking staande schoollokalen, op stro op de grond in onze broodnodige winterjassen dicht tegen elkaar. Omdat ik nog maar 14 jaar oud was, mocht ik uitzonderingsgewijs, van het mannelijk geslacht zijnde, naast Mama op de vrouwenzaal slapen. Over de tocht van Amersfoort naar Amsterdam deden we twee dagen, want we hadden een felle wind tegen met sneeuwvlagen van heb ik jou daar. We overleefden, solidair, moeder en zoon, voortgaande, terug naar de Balthasar Floriszstraat, waar m'n ondergedoken vader voor m'n jongere zusjes - Thea (12) en Ellie (5) - zorgde en wachtte op ons en het broodnodige voedsel van achterop de fiets.

Over de radiodominee gesproken: hij was van de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. Ik heb hem af en toe wel eens even aangehoord. Hij leidde zijn overdenking dikwijls in met de zin 'Ik zat laatst in de trein tegenover een jonge vrouw...' Of de zin mij nu dromerig maakte, ik weet het niet meer. Ik weet wel dat ik me niets herinner van wat er daarna kwam.