Suraji in Parijs

Het is 1 april 2010. Gisteren teruggekeerd uit Parijs. Altijd is daar veel te beleven. In het Grand Palais, waar ik twee jaar college heb gegeven in de jaren tachtig, is nu alles veranderd. De Sorbonne is naar elders verhuisd. Er is plaats ingeruimd voor enorme tentoonstellingsruimten.
Even naast de deur van de universiteitsingang van toen, tegenover de prachtige Pont Alexandre III, bevindt zich nu, aan de zijkant, recht tegenover le Petit Palais, de toegang naar een ruimte die als 'la Nef du Grand Palais' wordt aangeduid. Daar werd tijdens mijn verblijf de jaarlijkse kunstmarkt ArtParis gehouden. 'ArtParis+Guests' dit jaar. Niet alleen kunsthandel maar ook presentatie van hedendaagse kunst uit een aantal landen. De hoofdgast: Indonesië. "L'Indonésie est à l'honneur" stond er in Le Monde.
Dat moest ik zien natuurlijk. Ik hoefde zelfs niet aan te sluiten bij de lange rij wachtenden voor de deur, want ik had een VIP-kaart. Een VIP-kaart, hup, niks wachten, zomaar doorlopen. Ja, de Indonesisische kunstcritica Carla Bianpoen was in de buurt, en had me zo'n kaart gegeven. Het is mooi om af en toe in het leven eens even voorgetrokken te worden.
De Indonesische kunstenaars van nu hebben kwaliteit te bieden. Hun kunst heeft iets heel specifieks, iets typisch nationaals, Indonesisch dus, dat tegelijk toch ook een meer algemene, universele, draagwijdte heeft.
Het speciale zit hem uiteraard dikwijls in het weergeven van typisch nationale, culturele of maatschappelijke, realiteiten. Er zijn verwijzingen naar wajangfiguren, bijvoorbeeld. Het meer algemene is de onbevangen kritiek, op verschijnselen die zich heden ten dage in de wereld voordoen. Die kritiek is hard, zonder poespas of terughoudendheid, maar blijft dragelijk door de symbolische manier waarop die wordt gepresenteerd. In de metaforiek schuilt altijd de humor die zo kenmerkend is voor de Indonesische intermenselijke communicatie.
Ik kies één voorbeeld. Van de schilder Soeraji waren twee recente werken, gemaakt in 2010, te zien. Op allebei staan - hyperrealistisch - grote ratten, honden, tijgers. Je ziet elk haartje, hun scherpe tanden en klauwen. Ze bevechten, bijten, grijpen en verslinden elkaar. Je moet goed kijken om daartussen nog piepkleine menselijke wezens te ontdekken. Je kunt ze bijna hulpeloos horen roepen. Ze klagen. Ze lijden. Om die enge grote beesten moet je lachen, maar om die kleine mensen kun je wel huilen.
Die twee grote schilderijen heten 'Free us 1' en 'Free us 2'.
'Free us' is de roep van de gewone man en de gewone vrouw in een wereld waar hun leven verpest wordt en met vernietiging bedreigd door grote graaiers, roofdieren. 'Free us' is de roep van kleine mensen. Ze zijn immers in de greep van boeventuig en worden verdrukt.
Ik zou dat indrukwekkende en sympathieke werk van Soeraji hierbij wel willen afdrukken, maar heb geen afbeeldingen beschikbaar. Daarom maar een afbeelding van een schilderij van enkele jaren terug. Ik beschouw het als een aanloop naar het werk dat ik in het Grand Palais heb gezien. Ratten bijten elkaar; het kan lijken dat ze elkaar kussen. (Soeraji heeft een variant - ratten en likkende tongen - de titel 'Making love' gegeven.) Het hierbij afgebeelde werk heet 'Pesta masih berlangsung'. Vertaling: het feest is nog steeds aan de gang. Nog steeds.
De kleine mens, die aan het feest geen deel heeft, vraagt zich af: hoe lang nog? Zullen ze worden gered?
