Skip to Content

Nietzsche: lust

Nietzsche: lust

Er zijn versregels van Nietzsche die voor de eeuwigheid gemaakt lijken. Zoals:
Doch alle Lust will Ewigkeit
will tiefe, tiefe Ewigkeit!!

Ik heb het, verwijzend naar Dostojewski's personage Sjatow, over een mogelijke opvatting van het begrip 'eeuwigheid' al gehad. Maar waarover heeft Nietzsche het als hij het woord 'Lust' gebruikt?

Wij Nederlanders hebben het in zekere zin gemakkelijk met dat woord van Nietzsche. We vertalen het als 'alle lust wil eeuwigheid'. Wat moeten we er onder verstaan? dat is de vraag.

Elfriede Jelinek heeft haar Nobelprijs voor Literatuur onder andere te danken aan de indringende kwaliteit van haar roman die de titel 'Lust' draagt. De lust die daarin de hoofdthematiek uitmaakt is van sexuele aard. Je krijgt in dat geval de neiging om lust als wellust op te vatten.
Maar wie zich ook maar een beetje in Nietzsche verdiept heeft begrijpt wel dat zo'n beperking van het begrip 'lust' te kort doet aan de gepassioneerde originaliteit in zijn denken.

In een Franse vertaling (van Maurice Betz) vond ik het woord 'joie', dat wij vertalen met 'vreugde'. Ik vind dat mooi. Hoewel ook 'désir' - verlangen - misschien denkbaar zou kunnen zijn, naar mijn bescheiden mening. Onze vreugde wil immers eeuwigheid. En dat geldt ook voor ons verlangen.

Het aardige van het woord Lust is dat het een afgeleid adjectief heeft: lustig. 'Lustig gaan we de wereld in.' Klinkt dat niet uitnodigend? In het 22e lied in de Winterreise van Schubert - dat de titel 'Mut' draagt - wordt het ook gezongen:

Lustig in die Welt hinein
gegen Wind und Wetter!

Ik vind dat klinken als een levens-programma.
zo moeten we het leven in gaan: met lust.
Het leuke van het Duitse woord 'lustig' is dat het ook vrolijk 'betekent'. Het zou naar mijn smaak niet slecht zijn als we dat 'lustig' als een levens-opdracht kunnen aanvaarden.

Een prachtig boek over Nietzsche is geschreven door Lou Andreas-Salomé. Zij is aan dat boek in 1882 begonnen en heeft het geschreven tussen 1890 en 1893. Nietzsche en zijn werk worden er op liefderijke en einleuchtende wijze in gepresenteerd.

Aan de intelligentie van Lou Andreas-Salomé zijn we dank verschuldigd. Ze is bovendien met het genie dat Nietzsche was intiem geweest. Ik denk daar dikwijls aan. Hoe heeft deze intelligente vrouw kunnen nalaten om haar beminde te dwingen om die afschuwelijke snor af te scheren? Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken dat je met zo'n individu een kus zou moeten wisselen.
Of is dit een ordinaire gedachte?