Skip to Content

Böögg revisited

Böögg revisited

Het efemere-kunst evenement in Zürich heeft al een woelige geschiedenis. Vanuit onze Rijndelta denken we misschien eenvoudigweg: lekkere fik daar bij de Zwitsers. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Mijn speciale informante, Jacqueline Crevoisier, heeft mij geattendeerd op de politieke bijbetekenissen van het ogenschijnlijk louter feestelijke gebeuren.

Zwitsers vuur

Zwitsers vuur

Op 18 en 19 april zal dit jaar, 2010, in Zürich weer het jaarlijkse feest van het zes-uur-luiden plaats vinden, dat in goed Zwitserduits sächsilüüte heet. Jacqueline Crevoisier en Rien van der Schee zullen het gaan meemaken en ik vertrouw er op dat ze me na terugkeer van hun reis uitgebreid verslag zullen doen.

Suraji in Parijs

Suraji in Parijs

Het is 1 april 2010. Gisteren teruggekeerd uit Parijs. Altijd is daar veel te beleven. In het Grand Palais, waar ik twee jaar college heb gegeven in de jaren tachtig, is nu alles veranderd. De Sorbonne is naar elders verhuisd. Er is plaats ingeruimd voor enorme tentoonstellingsruimten.

De Troelstra-biografie van Piet Hagen

De Troelstra-biografie van Piet Hagen

De dichter Koos Hagen tref ik van tijd tot tijd in Ovidius, op de hoek van Spuistraat en Raadhuisstraat, onder het dak van Magna Plaza, dichtbij de achterkant van het paleis op de Dam en de voorkant van de Letterenfaculteit van de UvA. We spreken dan, Koos en ik, over de dingen in het leven en in de wereld. De laatste keer wees hij mij op het recentelijk verschijnen van de biografie van Troelstra, die zijn broer Piet Hagen heeft geschreven.

Agnes Kant ging

Agnes Kant ging

Begin maart 2010: Agnes Kant, voorvrouw van de Socialistische Partij, heeft haar leiderschap neergelegd. Sterker nog, ze heeft de politiek vaarwel gezegd. Laat ik het recht voor de raap zeggen: ik heb er voor honderd procent begrip voor en voel veel sympathie.

Een dominee op de radio

Een dominee op de radio

In de dagen dat de Tweede Wereldoorlog nog moest beginnen en toen de televisie nog niet bestond, genoten we, bij ons thuis, van de radio. Zang van Tino Rossi, van Sara Leander, en 's zondags, na de avondmaaltijd, een kwartierlang een aflevering van de hoorspelserie 'Ome Keesie'. Soms nam ook een dominee het woord. Die werd ijlings weggedraaid.

What's in a name?

What's in a name?

Mijn voornamen zijn: Aartinus Jan Aaldert. Onder die namen ben ik als boreling aangemeld bij de Gemeente Amsterdam in 1930. En ook nog gedoopt, kort daarna, door dominee Aalders, gereformeerd in hersteld verband. Waaraan ik dat allemaal te danken heb, kan niemand mij vertellen.

Andrej Platonov

Andrej Platonov

Andrej Platonow. Ik heb hem nog maar net ontdekt, dank zij Chris de Bueger. Die was de eerste die mij, samen met zijn vrouw, met grote geestdrift over Platonow sprak. Hij leende mij de roman van Platonow, die in de vertaling van Kees Verheul 'De bouwput' heet. Het is tot dusver het enige dat ik van deze Rus heb gelezen, maar ik weet nu al zeker: dit is een van de allergrootste romanciers van de wintigste eeuw.

Kussen. Waar?

Kussen. Waar?

Laat mij u kussen
Op uw rode mond,
Zei laatst een heer
Tegen'n willige dame

Dit is mijn wat simpele vertaling uit het Frans van het begin van een gedicht van Antoine Sabatier de Castres.

Edwin A.Abbott

Edwin A.Abbott

Het beste dat een schoolgaand kind kan overkomen is: een goede leraar of lerares. Ik kom daar op doordat ik de column las van Robbert Dijkgraaf in de NRC van 20 februari 2010, getiteld 'De vierde dimensie zien'. Dijkgraaf verwijst naar het boekje 'Flatland. A Romance of Many Dimensions', geschreven in 1884 door Edwin A.Abbott (zie afbeelding).

Inhoud syndiceren