Meijsing, Santiago Nasar en Perelman.
Waar gaat het over, in Meijsings 'Over de liefde'? De titel zegt het voldoende: over de liefde. Ze lijkt een achterkleindochter te zijn van Stendhal, die 'De l'amour' schreef, leesbaar en leerzaam maar dat best een follow-up gebruiken kan.
Stendhal analyseerde en lanceerde het begrip 'kristallisatie'; in de de beginfase van de liefde bekleden we de beminde met diamantachtige kristallen, zoals gebeurt met takjes die geworpen worden in de zoutmijnen bij Salzburg. De aanbedene wordt met voortreffelijkheid bekleed.
Daar moet wel terugkeer naar de realiteit op volgen, de dekristallisatie. Dat is geen vrolijkmakende waarheid.
Meijsing analyseert niet. Zij vertelt. Van binnenuit, via haar hoofdpersoon, die de roepnaam Pip draagt. Pip vertelt van de liefdes in haar leven, met kristallisatie en dekristallisatie en al. Glaseerlijk, transparent. Met de hardheid van de diamant zelf. Die dragelijk wordt gemaakt door verrukkelijke humor, zelfspot, relativering.
Men kan in Meijsings roman, onder de door de titel expliciet aangegeven thematiek 'liefde', een diepere, meer verborgen thematiek zoeken. Wat drijft iemand die met de liefde te maken krijgt? Waar kan zij zich aan houden? Wat moet ze verwachten? Wat is het bijbehorende verdriet, wat is de pijn, wanneer de dekristallisatie door verraad zich voelbaar maakt?
Hoe vind je als lezer de fundamentele thematiek? Het antwoord: door te zoeken naar de barst in de tekst. Naar iets dat bevreemding wekt.
Het kan bevreemding wekken dat Pip aankomt met de wens om vogelkooitjes op te hangen met vogeltjes erin. En dat ze gefascineerd is door Grigori Perelman. Het zijn motieven in deze roman. Concrete, terugkerende elementen. Wat heeft dat te betekenen? Motieven wijzen de weg naar de verborgen thematiek - ze leiden van het concrete naar het werkelijk belangrijke, het abstracte, de betekenis.
Eerst Santiago Nasar. Hij is de geslachtofferde hoofdpersoon in de novelle van Màrquez, 'Kroniek van een aangekondigde dood'. Iedereen in zijn omgeving weet dat hij vermoord gaat worden. Ook zijn moeder. Wat kan zij doen? Ze hangt 'vogelkooitjes aan het plafond, in zuurstokkleuren, behangen met spiegeltjes en schommeltjes voor de paartjes bonte vogeltjes die je in elke dierenwinkel kon kopen.' De moeder beweert dat aldus een 'voorspelling van goede dingen' wordt gecreëerd. Ze krijgt ongelijk. Tegen het noodlot valt niet op te boksen.
En Perelman? Waar komt Pips bewondering voor Perelman vandaan?
Wie is die man ook al weer? Pip ziet hem voor zich als de geniale wiskundige die aan zijn moeders keukentafel zat, nadenkend, over het vermoeden van Poincaré, een onbewezen hypothese met betrekking tot kneedbaarheid van driedimensionale lichamen die volgens tweedimensionale formules gedefinieerd kunnen worden. Niemand kon het probleem oplossen. Perelman stelde zich ten doel het te kunnen, hij kon het en hij deed het.
En toen? Hij verliet de keukentafel, versmaadde een geldbeloning 'en verdween in de oneindig zingende bossen van Rusland'. Pip verklaart zichzelf verrukt als ze het leest. Ze bedenkt: 'Alles leek in een Verband te plaatsen, dat ik nog niet tot in de finesses kende, maar waar ik aan kon ruiken. Hoe de dingen samenhingen, wat het mechaniek was waarmee ons leven in gang werd gezet, en daar hoorden ook de Liefde en het Verraad bij, en het Verdriet en de Angst van een Perelman die weet dat hij zijn ene taak in het leven vervuld heeft en maar pardoes de dood tegemoet loopt, omdat hem niets meer rest om te doen.'
'Alles Vergängliche ist nur ein Gleichnis.' Streef naar inzicht over je lot. Vind de missie die je is opgelegd. Het kan door overgave. Het kan door inzet. Vervul die missie en daarna is het over.
Dit is de waarheid die ligt op de bodem van de liefdesthematiek in Meijsings roman.
