Skip to Content

Pimpelmees op bezoek

Pimpelmees op bezoek

Nu het winter is en buiten onprettig koud, zijn er toch ook voordelen, zelfs in de stad binnen de grachtengordel.
Er hangt wat zaad-en-pinda-voedsel aan takken in de tuin en ja, daar zijn ze al de meesjes. De koolmezen met z'n tweeën en de pimpelmees in z'n eentje.

Vooral voor het pimpeltje heb ik veel belangstelling, omdat ik wat in hem herken van de Parisienne met wie ik het leven deel. Snelle bewegingen. Alsof er altijd haast moet worden gemaakt. Noem het een 'tempérament nerveux'. Ik kan het niet zonder vertedering bezien.

Ik herken ook iets van mezelf in de pimpel. Namelijk de voorkeur om een petje te dragen. Door dat fraai-blauwe petje onderscheidt het pimpelmeesje zich van de koolmeesjes. Die zijn wat scherper getint. Hun blauw is donker, hun zwart helemaal. Hun gedrag is rustiger.

Ik ervaar de vogel-aanwezigheid in de tuin als een eerbewijs. Dat geldt net zo goed voor de merel, een mannetje, die op de grond rondscharrelt. Hij weet nog van alles van zijn gading te vinden. De duif doet niets. Hij zit intens slaperig ineengedoken op de tak van een boom. Onbeweeglijk. Soms zie ik dat hij heel kort een vlies trekt over het naar mij toegewende oog. Ik zie hem denken: als je onbeweeglijk blijft, gebruik je geen energie. Eten is dan niet nodig. En ik denk dan: er zit iets in.