Prlwytzkofsky/Toonder
Waar is literatuur goed voor? Wie vraagt het zich niet af. Welnu, een van de mogelijke antwoorden is: om ons dingen bewust te maken en aldus een stapje nader tot inzicht te brengen. Neem Prlwytzkofsky.
Wie niet weet wie Prlwytzkofsky is, kan hier ophouden met lezen. Zij die hem kennen herinner ik er aan dat Prlwytzkofsky de neo-positiviste geleerde is in het Bommel-oeuvre van Marten Toonder. Een gelovige in de wetenschap.
Plep is een Labberdaan, lid van een reuzen-volk. Een volk waarin werken heerlijk wordt gevonden. Zijn soortgenoten hebben Plep uitgestoten. Plep wil net als alle Labberdnen niets liever dan werken, maar hij kan het niet goed.
Plep is zielig dus. Heer Bommel haalt hem in huis, op Bommelstein. Daar komt natuurlijk narigheid van. Plep versjteert Bommels rustige rust grondig. Hij wordt tot veeleisend gedrag opgestookt door de laagbijdegronds Bul Super, kersverse vakbondsbons. En Plep wordt eigenlijk ook al te zeer vertroeteld door de altelieve Doddeltje.
Tom Poes weet een list te verzinnen, waarmee hij zijn vriend van de plaag verlossen kan. Hij komt er achter dat Labberdanen van muziek houden. Van een houten kist fabriceert Tom Poes iets dat op eengitaar kan lijken.
Ik laat nu Toonder - in zijn verhaal Heer Bommel en de Labberdaan - aan het woord.
'Professor Prwytzkofsky keek vreemd op toen Tom Poes zijn laboratorium binnenkwam.
'Praw!' sprak hij. Wat brengt u mij daar mijnheer Poes? Een appelsinenkist met handvatsel! Wat zal dat heten?'
'Dit is een gitaar,' zei Tom Poes trots. 'Labberdanen houden van muziek en Plep ook. Als u dit ding nu elektrisch maakt zodat hij impulsen krijgt wanneer hij er op speelt gaat alles verder vanzelf.'
'Gans ongehoord', prevelde de geleerde. 'Dit is ja zeer onwetenschappelijk. Maar ja... men zou het proberen kunnen; wellicht opent het nieuwe wegen.'
En ja hoor, op de volgende bladzijde al zien we de professor in zijn voertuig op weg naar Bommelstein met Tom Poes aan zijn zijde. Ze voeren een eigengemaakte electrische gitaar met zich mee en converseren.
'Het is ja gans onwetenschappelijk,' klaagde de geleerde, die aan het stuur zat. 'Een elektronischer appelsinenkist met handvatsel. Men zal mij verspotten.'
'Nee, nee,' zei Tom Poes sussend. 'Deze gitaar zal de Labberdaan werk geven waar hij van houdt. Misschien wordt hij wel musicus. En wie weet of de televisie geen baantje voor hem heeft!'
Deze laatste opmerking deed de professor opleven.
'Praw!' sprak hij peinzend. 'Het zou niet de eerste maal zijn dat de televisie een zwakbegaafde aan het werk helpt middels elektrische impulsen!'
Begrijpt u, gij die mij leest, wat ik bedoel? Dit schreef Toonder in 1965. Meer dan veertig jaar geleden. Zijn profetie is kreukloos overgekomen. Wie zou willen ontkennen dat de Nederlandse televisie voor bijna honderd procent een een pretpark voor zwakbegaafden is geworden?
Wie literatuur oplettend leest weet wat er in de wereld gebeurt en nog te gebeuren staat.
