Leerzame geschiedenis
Een tijdlang heeft Robespierre (1758-1794) een hoofdrol kunnen spelen in de politiek, tijdens de Franse revolutie. Dat was tijdens de periode die men aanduidt met het woord 'Schrikbewind'. Vooral tijdens het bewind van Robespierre zijn talloze mensen onthoofd op het plein dat, nu de guillotine er niet meer functioneert, de vriendelijke naam Place de la Concorde heeft gekregen.
Hoe het met Robespierre afliep, lees ik in een boek van E.M.Janssen Perio, die ik op deze site eerder heb aangehaald, naar aanleiding van zijn boek over Heidegger. Nu heb ik een ander boek van deze originele en zeer leesbare geleerde in handen. Titel: Vrijheid, gelijkheid en de broederschap van Kaïn en Abel. Getuigenissen en documenten over de Franse revolutie (Baarn, Ambo,1989).
Historicus Janssen Perio verklaart in zijn inleiding dat hij mensen van die tijd [van de Franse Revolutie] zelf aan het woord wil laten. En toch ook wel historici, met name uit de negentiende eeuw, omdat de Franse Revolutie niet alleen het gebeuren van die tijd zelf omvat, maar ook wat er later over is beweerd. 'De geschiedschrijving van deze revolutie maakte dus zelf weer geschiedenis', stelt hij. Terecht, denk ik.
Het kwam er van dat Robespierre werd gearresteerd. Bij die arrestatie, in het Parijse stadhuis, raakte zijn kaak doorboord door een kogel. Een schot van gendarme Merda? Of een zelfmoordpoging van Robespierre zelf? Men weet het niet. Wel kan Janssen Perio ons vertellen dat de zwaargewonde Robespierre op een tafel in de Salon de l'Egalité van het stadhuis werd gelegd. Daar deed een ambtenaar iets aan zijn kleren, om de pijn te verzachten. Toen zou Robespierre nog hebben gemompeld: 'Je vous remercie, Monsieur.'
Dat Robespierre, bekend om zijn monstrueuze onbarmartigheid tegenover politieke tegenstanders, een heer was, dat weet iedereen met enige geschiedkundie kennis. Maar dat hij 'Monsieur' zei, aan de vooravond van de dag van zijn executie, het is verbazingwekkend. De revolutionnairen hadden immers ingesteld dat Fransen elkaar met 'burger' (citoyen) zouden aanspreken in plaats van 'monsieur'. Zoals de communisten in de Sowjet-Unie 'kameraad' (towarisjtsj) zeiden, zelfs tegen Stalin, en niet 'gospodin' (mijnheer).
Janssen Perio geeft de reactie weer van de negentiende-eeuwse historicus Michelet. 'Was deze onverwachte terugkeer tot de taal van het verleden instinctief, bij de man die er de vormen van had bewaard? Of geloofde hij dat de Revolutie met hem was geëindigd en met hem gestorven? Deze vijf grote jaren, verdwenen zij voor zijn geest als een droom, doorgehaald, vergeefs, verdwenen? Dankzij een visioen van de stervende, zo mag men geloven, had hij een vaag voorgevoel van de reactie die ging komen, van het eeuwige rotsblok van Sisyphus dat Frankrijk moet omwentelen, en geloofde hij dat men vanaf deze dag niet meer kon zeggen: 'Burger.'
Hoe dat zij, Michelet toonde zich een taal-semioticus avant la lettre. Hij zocht interpretaties bij een taal-element dat hij tot significant teken benoemde.
Zo heb ik zelf mogen meemaken dat mijn Indonesische studenten ooit besloten om mij met 'bapak' aan te spreken; ik was zo vrij om dat als een teken van respect en affectie te beschouwen. Dat die aardige snuiters van de fietsenstalling in de Amsterdamse Akoleienstraat zonder omhaal je en jij tegen me zeggen, interpreteer ik als volgt: de tijden zijn veranderd. Bob Dylan kondigde het al aan in een song.
De afbeelding toont Robespierre op het moment dat de keus tussen 'burger' en 'meneer' irrelevant werd.
