Skip to Content

Sloterdijk en anderen

Sloterdijk en anderen

Sloterdijk, het spoorwegstationnetje westelijk van Amsterdam Centraal heet naar een piepklein dorpje dat weemoedig terugdenkt aan de tijd dat het, aan zijn dijkje gelegen, nog los lag van de grote stad door welke het is opgeslokt. En de bekende Duitse filosoof Peter Sloterdijk heet natuurlijk gewoon naar zijn vader.

Gisteravond heb ik hem de tv in actie gezien en gehoord. Hij was gespreksleider in een, door hem geïnitieerd, af en toe terugkerend programma, Das Philosophisches Quartett. Twee van de vier filosoferende personen zijn Sloterdijk zelf en zijn collega Rüdiger Safranski, de andere twee zijn twee daarbij uitgenodigde mensen die iets verstandigs te vertellen hebben.

Die andere twee waren gisteren: Herfried Münkler en Joschka Fischer. De eerste is een politocologie-professor. Hij heeft recentelijk een boek geschreven met de titel 'Imperien. Die Logik der Weltherrschaft - Vom alten Rom bis zu den Vereinigten Staten'. De tweede is de bekende ex-minister van Buitenlandse Zaken in het groen-socialistische kabinet-Schröder.

Een uurlang converseerden de heren, op hoog niveau, ik kan het onmogelijk anders uitdrukken. Ik heb in verrukking geluisterd. Niet in de eerste plaats om al het overdenkenswaardige dat ik te horen kreeg. Vóór alles om de wijze waarop het gesprek verliep. Alle gesprekdeelnemers zijn aan het woord geweest, zonder maar een enkel ogenblik snedig te zijn onderbroken. Terwijl ze spraken kregen we ook wisselende beelden van de luisterende anderen te zien. Ze luisterden echt. Ze gingen ernstig, maar niet zwaarwichtig, in op wat er was geopperd. Niet één keer was iemand schamper, gretig om lachers op zijn hand te krijgen. Geen spoor van behoefte om een ander af te troeven. Hanepikkelullie? Totaal afwezig. Afwezig ook: ouwejongenskrentenbrood. Hoffelijkheid? Ja, zonder overdrijving; alsof ze vrienden waren, die elkaar bewonderen.

Hat kàn dus. Maar je moet er de grens voor over.