Skip to Content

Op het station van Leerdam

Op het station van Leerdam

Ik zette voet op het eerste perron van station Leerdam.
Het valt niet niet mee om het zo ver te brengen voor wie uit Amsterdam is vertrokken. Je moet in Utrecht overstappen richting Geldermalsen. Daar eenmaal aangekomen ben je als de worm uit de herinneringstest die geplaatst werd voor een dit-of-dat keuze.

Voor de in Geldermalsen gearriveerde reiziger geldt ook: òf dit òf dat, er is geen middenweg. Of je moet je ziel in lijdzaamheid bezitten en rustig wachten tot er na een half uur of zoiets eens een trein richting Dordrecht vertrekken wil, die na Beesd ook in Leerdam stoppen zal. Of je moet langs een uitzinnig lang perron een heel lange sprint slaan teneinde een gereedstaande trein te kunnen bestijgen die onder stoom ligt om te vertrekken. Ik haal het nog wel, maar voel de hete adem van de hartaanval in mijn nek.

Even een vraagje tussendoor beantwoorden. Hoe dat zit met die worm en die test? Geleerden wilden weten of een worm in staat is om zich iets te herinneren, om iets te leren. Ze duwden hem dus een gangetje in dat hem bij een T-splitsing bracht. Als hij linksaf kroop kreeg hij aan het eind een akelige electrische schok tegen zijn neus. Rechtsaf bracht hem bij een lekker hapje, voor wormen dan. Vele malen werd hij die gang in geduwd en na verloop van tijd ging hij wat vaker rechtsaf dan linksaf. Het kon lijken dat ook de regenworm met herinneringsvermogen begiftigd is, maar het kan ook toeval zijn.

Leerdam aan de Linge ligt in een dooie hoek van Nederland en het heeft er goed aan gedaan zich daar te settelen, want zo blijft er veel authentieks bewaard, de liefde voor glas, voor kaas, voor natuur en voor een eenvoudig zinvol leven zonder al te bizarre kicks, hoewel ik ook al heb gehoord van knokpartijen tussen verschillende etnische groepen, ja de vooruitgang houd je niet tegen.

Ik zette dus voet. Eerst de rechter. Mijn linker was nog dalende naar het perron toen ik al benaderd werd door een jongen op een fiets van zijn moeder, waar hij gauw van afstapte teneinde mij te kunnen vragen: 'Meneer, mag ik u wat vragen?'

Je moet naar Leerdam om nog een jongen te vinden die zijn vraag zo beleefd inleidt. Vaderlijk antwoordde ik: 'Ja jongen.'

'Meneer, is het station niet open?'

Hij overvalt me. Maar dat belet me niet om het antwoord te weten en te geven. Ik ken mijn Leerdam een beetje. En de moderne tijd. En de vooruitgang, waarover ik het al had. Mijn hoofdschuddende vader komt me nog dikwijls voor de geest, als hij weer eens met een knotsgekke maatschappelijke verandering werd gecon fronteerd: 'Dat is de vooruitgang jongen, dat hou je niet tegen'.

'Nee', zeg ik dus. 'De loketten zijn dicht. Mensen zijn er niet. Je zou kunnen zeggen: het station is gesloten. Maar er staat wel een apparaat. Moet je een kaartje?'

'Nee. 't Is voor m'n spreekbeurt.'

'In welke groep zit je?'

'Groep zeven.'

'Gaat het goed op school?'

'Ja hoor', stelt hij me gerust.

'Volgend jaar groep acht. En dan?'

'O dan wordt het wel havo, denk ik.'

Met gepaste bescheidenheid trekt hij grappige rimpels in zijn voorhoofd en houdt zijn hoofd schuin. 'Misschien vwo.'

'Weet je al wat je wilt worden?' Zo praten volwassen kerels immers tegen hen die nog lekker de tijd hebben alvorens het ook te moeten worden.

'Nee, nog niet.' We zwijgen een tijdje. De trein heeft zich nog niet in beweging gezet. Ik zie verderop twee conducteurs bezig met een telefoon die ze tevoorschijn hebben gehaald uit een doos die aan een paal is bevestigd. Ze kijken ernstig.

Tegen beter weten in suggereer ik de jongen: 'Daar staan conducteurs. Misschien kunnen die iets vertellen waar je wat aan hebt voor je spreekbeurt.' Ik zie dat mijn gesprekspartner er niets in ziet. Hij heeft gelijk.

Hij beklimt zijn te grote fiets om huiswaarts te keren. De rimpels zijn uit zijn voorhoofd niet verdwenen. Verbeeld ik het me of zie ik hem zijn hoofd schudden net als mijn vader vroeger? Ik kijk hem na. Een beetje somber. Hoe moet het met de spreekbeurten op de basisscholen, in een wereld die zich ontmenselijkt door stationnetjes te ontmannen'